maandag 24 februari 2020

De wereld van PFAS is te ingewikkeld om kort door de bocht een boodschap breed de wereld in te helpen. Ik was in de veronderstelling dat we dit de afgelopen zomer wel geleerd hadden. Toch snijdt Sytze Keuning in zijn column in de laatste uitgave van het tijdschrift Bodem opnieuw een bochtje af, waardoor we als Expertisecentrum PFAS min of meer gedwongen zijn om te reageren. Wat is er aan de hand? (24 februari, Expertisecentrum PFAS)

Onder het kopje ‘PFAS verwarring’ merkt Sytze in zijn column op dat Teflon en andere gefluoreerde polymeren niet moeten worden beschouwd als PFAS. Verwarrend inderdaad, want dit is niet juist! Ook Teflon en de gefluoreerde polymeren worden in de internationale literatuur gedefinieerd als PFAS. Daar veranderen wij niets aan, en de opmerking dat het Expertisecentrum te kort door de bocht gaat klopt alleen al om deze reden niet. Misschien komt de verwarring doordat deze polymeren in zuivere vorm zelf niet het risicoprofiel hebben van de individuele PFAS-moleculen. In die zin klopt de opmerking in Bodem. Maar wat misschien nog wel belangrijker is dan de definitie om duidelijk te maken; Teflon en andere gefluoreerde polymeren zijn nooit helemaal zuiver. In veel gefluoreerde polymeren worden namelijk restconcentraties van de individuele ofwel monomere PFAS aangetroffen. En omdat de risicogrenzen voor die PFAS zo extreem laag zijn, kan in sommige gevallen wel sprake zijn van te hoge restconcentraties of uitloging. Daarom moet bijvoorbeeld bij de bemonstering op PFAS het gebruik van Teflon materiaal worden vermeden. Een technisch verhaal, maar het kan nog erger.

Veel gefluoreerde polymeren die worden gebruikt voor de behandeling van papier en textiel hebben zijtakken. Gaandeweg “slijten” deze zijtakken los van de hoofdketens, of misschien hebben ze wel nooit vastgezeten. Die losse zijtakken zijn vaak verbindingen die we niet makkelijk herkennen of standaard analyseren, maar die zomaar in bijvoorbeeld het slib van onze waterbodems kunnen afbreken naar bijvoorbeeld PFOA of PFOS. Ooit afgevraagd waarom we in onze waterbodems opeens zoveel n-EtFOSAA meten? Wij wel.

Nee, laten we vooral niet te kort door de bocht denken dat gefluoreerde polymeren zoals Teflon alleen maar (onschadelijke?) microplastics vormen. De impact van die zijtakken zou zomaar eens groter kunnen zijn dan het storten van grond met een gehalte van 1 microgram/kilo in een diepe plas. Het wordt tijd voor de juiste prioriteiten, en ik laat het aan de lezer wie nu werkelijk te kort door de bocht is gegaan.

Namens het expertisecentrum PFAS

Hans Slenders