donderdag 06 juni 2019

Ik was er bijna in getrapt. Een paar jaar geleden kwam er een uitnodiging voorbij voor een bodembevrijdingsfestival. Een Jaar van de Bodem logo, bier en muziek; inhoud en vertier, en dat alles in een schilderachtig gesitueerd kraakpand, dat klonk goed! Ik had mijn jas al bijna aan toen ik me realiseerde wat het feest eigenlijk inhield: de bewoners hadden niet alleen het gebouw gekraakt, maar ook de bijbehorende parkeerplaats, en zagen daar natuurlijk liever een mooi tuintje dan een paar ton zwaar gedateerde betonklinkers. Het feest moest eerst verdiend worden met noeste arbeid, bring your own breekijzer en tegels lichten maar! Ik had geen zin om te werken. Mijn jas ging weer uit. (Daan Henkens, 6 juni)


Foto DaanHenkens 02Afgelopen weekend waren wij thuis zelf aan de beurt. Gelokt met een barbecue en een koelkast vol koud bier kwam er een groepje vrienden zich in onze tuin in het zweet werken. Doel: de bodem onder onze tuin te bevrijden, na misschien wel 50 jaar eenzame opsluiting onder zes kuub grindtegels, betonplaten en andere scheefgezakte verharding.
De Nederlandse bodem zit gevangen. Gevangen onder verharding, in kluwen kabels en leidingen of in de wensen van een eigenaar die met ploegen en middeltjes de bodem dwingt alleen de plantjes te huisvesten die hij graag ziet. Zou een bodem die zo lang vast heeft gezeten nog wel met vrijheid om kunnen gaan? Komt er weer leven in of blijft het de apathische stofbende die onder onze grindtegels vandaan kwam? Zal de bodem zich tóch weer inlaten met verkeerde vrienden? Het eerste paarse topje van de gevreesde Japanse Duizendknoop stak al brutaal boven de betonresten uit… Redt onze tuin het op eigen houtje of moeten we toch weer overschakelen op vrijheidsbeperkende maatregelen?
Loslaten is moeilijk. Ik merk dat dat ook voor de bodem op gaat. Niet alleen in letterlijke zin, zoals in onze tuin, maar ook figuurlijk. De bodem is 40 jaar stevig in handen geweest van de sector van saneerders en kwaliteitszorgers. “Niemand geeft om je, maar bij ons ben je in goede handen. Alleen wij zullen goed voor je zorgen en ervoor waken dat niemand je ooit nog zoiets vreselijks als vervuiling aan zal doen.” Met dergelijke woorden moeten zij ooit hun saneringsoperatie zijn gestart. Als zoiets tegen een kind gezegd wordt, weet je dat het hommeles is. Maar de bodem profiteerde van deze ‘dwangverpleging’. De laatste tijd staan er echter wel een hoop anderen aan de bodem te rammelen. Klimaat, de circulaire economie, de energietransitie. Al deze maatschappelijke vraagstukken eisen op steeds luidere toon de ‘bevrijding’ van de bodem op uit de handen van de saneerders van weleer. Ook zij willen met de bodem aan de slag.
Wat gaan we doen? Houdt de sector uit bescherming van onze bodem deze indringers angstvallig buiten de deur? Of is de bodem inmiddels sterk genoeg om vrij te laten?
Zal je ooit iets nieuws leren, nieuwe relaties opbouwen als je nóóit met vreemde mannen meegaat? Leer je ooit omgaan met vrijheid, zonder vertrouwen? Loslaten is zo moeilijk…

20190606 column Daan

Daan Henkens

Linkedin

Reageren op deze column kan hier: Facebook