maandag 16 november 2020

Zwarte gaten in het heelal zijn de laatste jaren steeds vaker in het nieuws. Een zwart gat is geen gat in de letterlijke betekenis van het woord, maar “een gebied in de ruimte waarvandaan niets kan ontsnappen”. Sterker nog: zwarte gaten hebben een aanzuigende werking, en alles wat gevangen is ontsnapt niet meer, zelfs licht. Voor de “gewone” mensen, zoals jij en ik, gaat het verschijnsel het voorstellingsvermogen te boven. Ga maar na, door het effect van zwarte gaten op het licht zien we nu dingen die 100 miljoen jaar geleden al zijn gebeurd. (16 november)

20200921 Peter van Mullekom Column

Het fenomeen van aanzuigen en opslokken van materie zien we ook in het bodembeheer. Na het winnen van noodzakelijk zand en grind veranderen onze diepe plassen in zwarte gaten. Gelukkig niet alle plassen want het zwarte gat ontstaat pas als de overheid toestemming aan (de beheerder van) een plas geeft om deze als zwart gat te gaan gebruiken. Ik heb het vooral over de diepe plassen die met grond of bagger (of soms met granuliet of met te veel bodemvreemd materiaal) verondiept mogen of moeten worden. Deze plassen hebben hetzelfde effect als een zwart gat in de ruimte: ze hebben een aanzuigende werking voor alle grond en bagger die er in de buurt vrijkomt. De omvangrijkheid van de toepassing van grond en bagger in deze plassen gaat soms het voorstellingsvermogen te boven. Jaarlijks verdwijnt tientallen miljoenen ton materiaal in diepe plassen.

Nu kan je denken: wat is daar mis mee, want blijkbaar is het nodig om die grond daarnaartoe te brengen? Dat klopt maar ten dele. Het knelpunt zit in de overcapaciteit van de plassen. Deze is ontstaan door de invoering van het Besluit bodemkwaliteit en de ruimhartige definitie van een nuttige toepassing. Het gevolg hiervan was dat marktpartijen diepe plassen als een gat in de markt gingen beschouwen. Op dit moment zijn er dan ook teveel plassen in Nederland waarbij is of wordt toegestaan (sinds een aantal jaren zelfs verplicht) deze gaten op te vullen met grond en bagger.

Een tweede knelpunt is dat er materiaalstromen in diepe plassen verdwijnen die wellicht een betere of hoogwaardiger bestemming verdienen (als wegfundering of landbouwgrond bijvoorbeeld). Oorzaak hiervan zijn wederom de definities in het Besluit bodemkwaliteit. Er wordt namelijk geen onderscheid gemaakt in kwaliteit tussen de functionele toepassingen, ze zijn allen gelijkwaardig. Daarmee wordt de circulaire economie dan ook niet bevorderd, want die gaat uit van zo hoogwaardig mogelijke toepassing in de keten.

Het Besluit bodemkwaliteit gaat er zomaar van uit dat met toepassen van grond en bagger in plassen de natuurwaarden bevorderd worden. Nou ik twijfel er aan. Diepe, voedselarme plassen, ontstaan als gevolg van zand en grindwinning in het verleden, hebben hun eigen ecologische waarde en zijn de moeite waard om ze met rust te laten. De hoogste tijd voor de overheid om aan de aanzuigende werking van deze zwarte gaten wat te doen want black holes matter too.

20201116 Column Peter

 

 

 

 

 

Peter van Mullekom

Voorzitter Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer

LinkedIn

Reageren op deze column kan hier:   LinkedIn