De kop: lang geleden heb ik een presentatie gehouden (of een column geschreven) met de titel “het venijn zit in de kop”. Een variatie op het gezegde, maar destijds, op het hoogtepunt van de saneringsoperatie niet minder waar. De oorzaak van de problemen in de staart (stagnerende saneringen, doorlopende kosten etc.) lag immers bij de onjuiste gegevens en verkeerde aannamen in het begin. (Arne Alphenaar, 20 oktober)

Het geheel: In zijn column Het venijn in de staart (NRC, 18-10) motiveert Robert Dijkgraaf dat het venijn bij klimaat, onderwijs en economie echt in de staart zit.
Ik werd getroffen door de wet van Campbell: “als doelen maar precies genoeg worden geformuleerd, dan bepalen getallen het beleid in plaats van omgekeerd”. Voorbeeld in de column: ziekenhuizen focussen op wachttijden in plaats van genezing, gemeenten sturen op het aantal weggewerkte dossiers in plaats van opgeloste problemen.
Dat die staart niet aan de achterkant zit is een ander verhaal, maar daarover meer.

Campbells wet beschrijft perfect hoe we anno 2025 naar PFAS in de bodem kijken. De Omgevingswet spreekt weliswaar over de leefomgeving als geheel en over ‘benutten’, ‘beschermen’ en ‘verbeteren’ van de bodem, in de praktijk staan getallen centraal. Door ‘0,65’ en ‘3, 7, 3’ als doel te formuleren blokkeren we de gewenste verbeteringen van de leefomgevingskwaliteit.
Gek, want als bodemsector hebben we bewezen dat het anders kan. Onder de Wbb keken we ‘functioneel’ en ‘risico georiënteerd’ naar bodem. Het wordt tijd dat we een stap terug doen en de omgevingskwaliteit (weer) centraal gaan stellen.

De staart: De eerdergenoemde column motiveert dat gemiddelden de ernst van problemen bij klimaat, onderwijs of economie maskeren. Het venijn zit ‘m immers in de uitschieters, in de staart van de verdeling. Hoewel wat lastiger kunnen we ook hier een bruggetje naar bodem slaan. Om de heterogeniteit van de bodem een beetje uit te middelen moeten we immers wel mengmonsters maken. Maar misschien kunnen we iets meer relaxed met de getallen omgaan als we de spreiding aangeven. Belangrijker is dat we ons, om te beginnen met PFAS, moeten focussen op het aanpakken van de kop en de staart. De kop is preventie, de staart zijn de echt vieze locaties. Daartussen zit de onnatuurlijke achtergrondconcentratie waar we mee moeten leren leven.

20251020 ColumnArne

Arne Alphenaar (TTE Consultants)
Website
LinkedIn
Reageren op deze column kan hier:  LinkedIn