Een nieuw kabinet en een nieuwe werkwijze. In het coalitieakkoord 2026–2030 staat dat water en bodem opnieuw leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. ‘Water en bodem sturend’ is dus terug van weggeweest. Het principe leek zo logisch, maar bleek toch niet onaantastbaar. Zou het stand houden in een politiek van geven en nemen? (Theo Edelman, 2 maart)

Toenmalig minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge lanceerde ‘Water en bodem sturend’ bestuurlijk. De kern was simpel. Kijk bij nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en natuurontwikkeling eerst naar water en bodem, en pas daarna naar wat je er wílt vestigen. Veel water- en bodemprofessionals waren opgetogen.
Opvolger Mona Keijzer moest weinig hebben van ‘water en bodem sturend’. Tijdens haar eerste overleg met de Tweede Kamer relativeerde ze het belang. Zij vond een tuintje dat af en toe onder water stond niet zo’n probleem. Blijkbaar kun je daar bestuurlijk verschillend over denken. Maar het roept wel vragen op. Was dit coalitiepolitiek? Een ideologisch verschil? Was het de druk van woningbouw en grondposities? Of toch een sneer naar haar voorganger? Misschien zit het probleem dieper. Gaat het over macht? Over korte versus lange termijn? Wie het weet, mag het zeggen.
Ik werkte vijftien jaar bij de provincie Gelderland en herken het spanningsveld. Ruimtelijke ordenaars zitten lang niet altijd te wachten op ‘beperkingen’ vanuit water en bodem. Die maken keuzes immers ingewikkelder, vertragen projecten en drukken op rendement. Maar is dat wel zo? Water en bodem laten zich niet weg onderhandelen. Je kunt ze tijdelijk negeren, maar uiteindelijk dienen ze de rekening in. Soms in de vorm van verzakkingen. Soms via droogteschade. Soms als water op straat. Gedeputeerde Arne Weverling van de provincie Zuid-Holland vatte de voordelen onlangs kernachtig samen in Binnenlands Bestuur: “Wie water en bodem negeert aan de voorkant, betaalt de prijs aan de achterkant.”
De gedeputeerde, zoon van een tuinder, deed nog een interessante suggestie: benoem een waterwethouder. Maak een bestuurder verantwoordelijk voor de versnipperde gemeentelijke watertaken. Een wethouder die klimaat, bodem en water integraal meeneemt in ruimtelijke keuzes. Dat spreekt mij aan, als kleinzoon van een tuinder. Voor deze beroepsgroep is water geen abstract beleidsdossier, maar dagelijkse realiteit.
Op 25 maart spreek ik tijdens de studiedag ‘Droge tijden, natte tijden – omgaan met droogte’ van Eurecom verder over dit onderwerp. De vraag is niet óf water en bodem sturend zijn, de vraag is wanneer hydrologen, bodemkundigen en ruimtelijke ordenaars dit écht serieus gaan nemen.
Ik zal de brieven van de minister en de staatssecretaris over ‘water en bodem sturend’ nauwlettend volgen. Bij veel water op de bodem ontstaat modder. In Den Haag werd daar vaak mee gegooid. Hopelijk neemt dat af met de nieuwe werkwijze van het minderheidskabinet.
Als je water en bodem afzwakt, moet je niet verbaasd zijn als het uiteindelijk terug spat.
Zijn water en bodem medebepalend voor jouw stem bij de komende gemeenteraadsverkiezingen?

Afbeelding gegenereerd door AI (ChatGPT/DALL·E, OpenAI)
Theo Edelman
Reageren op deze column kan hier: LinkedIn


