dinsdag 21 mei 2013

MECHELEN/GENT (BELGIË) - Op 16 en 17 mei stelde de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) de resultaten voor van het Europese CityChlor-project (OVAM, 17 mei).

De OVAM, de Stad Mortsel en de Stad Gent (Vlaanderen); Bodem+ en de Gemeente Utrecht (Nederland); INERIS en ADEME (Frankrijk), ITVA en de Landeshaupt-stadt Stuttgart (Duitsland) zochten de voorbije 3,5 jaar naar een oplossing voor complexe bodemverontreinigingen in steden. Hoe lossen we zo'n probleem technisch op? Maar ook: hoe communiceren we erover, hoe pakken we het op organisatorisch vlak aan? Aan het project werd een onderzoeksbudget van 5,2 miljoen euro gekoppeld. Het resultaat is een geïntegreerde aanpak voor grond- en grondwaterverontreinigingen in een stedelijke omgeving en een heleboel nieuwe inzichten op het vlak van bodemonderzoek en -sanering.

Steden in heel Europa worstelen met de duurzame ontwikkeling van gronden met een bodem- of grondwaterverontreiniging. Wanneer het om verontreinigingen gaat door gechloreerde solventen of VOCl's – producten die vroeger als oplosmiddel werden gebruikt in drukkerijen en droogkuiszaken – betekenen dit vaak dure, complexe en langdurige saneringen. Het Europese samenwerkingsproject CityChlor zocht de voorbije 3,5 jaar naar een oplossing voor deze saneringen. Het resultaat: zeven proefprojecten waarin beloftevolle onderzoeks- en saneringstechnieken worden onderzocht. Naast technische innovaties, heeft CityChlor aandacht voor organisatorische oplossingen. Zo betrekken we ruimtelijke planners al vóór de start van de sanering, met het oog op de herontwikkeling van het gebied.

Risico's
De aanpak van verontreinigingen met VOCl's in dichtbevolkte gebieden is geen sinecure. De verontreiniging houdt soms gezondheidsrisico's in voor de omwonenden. Ook kan een klassieke sanering door afgraving risico's inhouden voor de stabiliteit van de aanpalende panden. De veroorzakers van dit soort verontreiniging zijn meestal kleinschalige, niet-kapitaalkrachtige bedrijven (droogkuis, drukkerij, ...). Het principe 'de vervuiler betaalt' blijkt in realiteit niet altijd haalbaar. Bijkomend probleem is dat meestal meerdere bronnen hebben geleid tot de verontreiniging, waardoor het niet meer te achterhalen is wie voor welk deel verantwoordelijk is. Dat kan leiden tot lastige juridische procedures die de sanering en herontwikkeling vertragen. Daarom kiezen we voor een geïntegreerde aanpak, waarbij we verschillende partijen vroeg in het proces betrekken.

Export van expertise
CityChlor ging in 2010 van start met het verzamelen van bestaande kennis en technieken om vervuilde sites in stadsomgevingen te saneren. Tijdens workshops werd deze informatie gebundeld en kreeg CityChlor verder vorm. Henny De Baets, Administrateur-generaal van de OVAM: "De sterkte van het samenwerkingsverband is dat we uit elkaars ervaringen leren en zo heel wat tijd en geld besparen. Immers, een proefproject rond een nieuwe saneringstechniek in Nederland of Duitsland vormt ook voor onze bodemsaneerders een schat aan informatie."

Proefprojecten
Naast de kennisvergaring, zetten de negen partners uit Vlaanderen, Duitsland, Nederland en Frankrijk met vereende krachten 7 proefprojecten op het getouw. Daarvan gingen er drie in Vlaanderen van start.

Universiteit Gent deed in een grootschalige bevraging kennis op over risicocommunicatie bij saneringen. Dit resulteerde in aanbevelingen over de beste manier van communiceren in een saneringsproject. De impact op de psychosociale gezondheid van de omwonenden kan bijvoorbeeld verlaagd worden door te communiceren over wat mensen zelf kunnen doen om de verontreiniging te vermijden. Daarnaast is het gevoel invloed te hebben op de herbestemming van de verontreinigde site een belangrijke factor.

Twee bodemsaneringsdeskundigen testen dan weer verschillende innovatieve technieken uit. In Herk-de-Stad experimenteren we met bodemsanering via ijzerinjectie. Door het inbrengen van ijzerpartikels in de bodem ontstaat een chemische reactie, waardoor de verontreiniging afbreekt. Hiermee vermijden we een meer ingrijpende, klassieke sanering, waarbij de grond volledig wordt afgegraven.

Op een terrein in Kortrijk worden innovatieve onderzoekstechnieken uitgetest. De EniSSA-MIP is een, in Vlaanderen ontwikkelde, verbeterde versie van de klassieke MIP. Met deze meettechniek zijn de analyseresultaten onmiddellijk op het terrein beschikbaar. De bodemstalen moeten dus niet eerst naar het labo voor onderzoek. Hiermee besparen we kostbare tijd en kunnen we beslissingen sneller bijsturen.

Waalse Krook
Het eindcongres werd afgesloten met een bezoek aan de sanering van de Waalse Krook in het hart van het historisch stadscentrum van Gent. Dat project is een mooi voorbeeld van een geïntegreerde saneringsaanpak in een stadsomgeving. In opdracht van Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege heeft de OVAM in overleg met de Stad Gent bestudeerd hoe de sanering en het ambitieuze nieuwbouwproject samen kunnen lopen. Dat kan wanneer verschillende opdrachtgevers ervoor kiezen om één aannemer aan te stellen voor zowel de bouw, rioleringswerken als bodemsanering.

De wisselwerking tussen theorie en praktijk geeft een boeiende dynamiek. Precies daar zit ook de meerwaarde van CityChlor. De finale resultaten van CityChlor werden toegelicht op de eindconferentie op 16 en 17 mei in Gent. Naast het technische luik, werd er uitgebreid stilgestaan bij de humane dimensies van een bodemsanering. Het programma van het eindcongres en de publicaties en filmpjes van het project zijn terug te vinden op www.citychlor.eu