Column: Hebben inkopers te veel macht?

Het was een prachtige lentedag. Ik was veel te vroeg voor mijn afspraak in Deventer (Theo Edelman, 31 mei).

Een mooie kans om op een terrasje van koffie, krant en langs slenterend publiek te genieten. Ik kon de voorbijgangers goed gadeslaan, zij hadden mij niet in de gaten. Tot mijn verbazing zag ik zeker tienFoto_Theov3 bekende bodemaannemers langskomen. Zouden zij op weg zijn naar een geheime bespreking? Mijn verwondering werd nog groter toen ik ook een tiental bekende bodemsaneerders van bevoegde gezagen voorbij zag wandelen. Zouden zij het beleid van de Keizerskroongroep aan de kaak gaan stellen, nu ontwikkelaars het massaal laten afweten en er niets van hun bodemsaneringsplannen terecht komt?

Het bovenstaande stukje is gewoon flauwe kul. Ik heb het geschreven om u tot het lezen van deze column te verleiden. Ik wist prima waar de aannemers en de opdrachtgevers heen gingen. TTE organiseerde een bijeenkomst over innovatief aanbesteden van bodemsaneringsprojecten. In een informele setting zouden opdrachtgevers en opdrachtnemers met elkaar van gedachten wisselen op welke wijze aanbestedingen beter kunnen verlopen. Maar eerst was het woord aan een inkoopdeskundige (jazeker, die soort bestaat) en een bodemadviseur.

Lag het aan het mooie weer, de voortreffelijke ambiance, de deelnemers, de inleiders, de dagvoorzitter of de catering? Ik weet het niet, maar de sfeer was van meet af aan goed. Opdrachtnemers en opdrachtgevers namen elkaar op een vriendelijke, constructieve manier de maat. Een bron van ergernis is het opvragen van niet relevante documenten. Een voorbeeld daarvan zijn de certificaten die inschrijvers moeten opsturen. Het is veel handiger als de opdrachtgever de website waarop de certificaathouders staan raadpleegt. En dat moet toch, want alleen daar staat of het certificaat wellicht is ingetrokken. Een andere oplossing om minder papier te hoeven opsturen is een getrapte wijze van aanbesteden. Vraag eerst alleen essentiële zaken, maak op basis daarvan een selectie van aanbieders en vraag die vervolgens - desnoods - het hemd van het lijf. Tot slot viel mij op dat er veel meer overleg toegestaan is dan je zou denken. Blijkbaar zijn er veel vooroordelen op dit gebied.

Raar eigenlijk dat er inkoopdeskundigen zijn. Jaren geleden deed je als bodemtechnicus de inkoop er gewoon bij. Volgens mij ging dat ook prima. Vanzelfsprekend ging het gepaard met etentjes bij de oplevering en kerstgeschenken. Omdat iedere opdrachtnemer daaraan mee deed, was er geen enkel onderscheidend vermogen, dus gaf het ook niets. Daar komt bij dat de etentjes werden benut voor pittige evaluaties, waarbij een functioneringsgesprek af en toe verbleekte. De kerstgeschenken gingen naar alle mogelijke opdrachtgevers, ook binnen het toenmalige ministerie van VROM. Daar gold het beleid om kerstgeschenken niet aan te pakken, maar het was niet verboden om het kattenluikje wat groter te maken.

Er waren stellingen achter de hand voor het geval de discussie niet goed zou lopen. We hebben ze niet nodig gehad, de discussie barstte onmiddellijk los. De deelnemers vonden het een geslaagde dag, die naar meer smaakte. Een verslag van de studiedag en een aantal nuttige tips voor het inkopen treft u binnenkort aan op de website van TTE.

En hebben inkopers te veel macht? Dat ligt dan voor een deel aan u zelf, want dan heeft u die macht afgestaan. Ik zou willen stellen dat een bodemdeskundige gemakkelijker het inkoopvak er bij kan doen dan andersom. In de praktijk komt het aan op een stevige samenwerking tussen inkoper en technisch expert. Dan heb je de macht toch lekker samen?

Theo Edelman (Bodemkundig Adviesbureau Edelman)

Website

Facebook 

Twitter

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup

 

ontwerp: Hans Dienaar bNO | site bouw: NMEDIA