donderdag 24 januari 2013

En plotseling was de wereld wit. Schitterend wit (Josja Veraart, 24 januari).

Alles bedekt met een donzige laag. En met die witte laag valt de doffe stilte op. De rustgevende stilte.Josja_Veraart_foto

Zonder vooraankondiging hebben we te maken met een drastische verstoring van onze dagelijkse planning. Daar waar we normaal rustig 4 overleggen per dag afrennen, op 4 locaties in verschillende steden, moeten we nu bewuster nadenken en keuzes maken. De telefoon of het scherm vervangt de persoonlijke ontmoeting. Mensen zijn in deze periode meteen een stuk aardiger en begripvoller tegen elkaar. In plaats van te mopperen over te laat komen, klinkt: "Wat fijn dat je moeite gedaan hebt om te komen!"

Zo'n periode in Nederland duurt helaas nooit lang. We laten deze bezinnende witte laag niet met rust. Nog tijdens de sneeuwval wordt er verwoed geschept, geveegd, geschoven en ook: gestrooid. Kilo's zout strooien we over deze witte laag heen, totdat alle wegen weer zwart en "schoon" zijn. We moeten zo snel mogelijk van dit verstorende witte element af.

Dus strooien we het witte goud op de wegen. Per strooiwagen gaat er zo'n 7000 kg zout de natuur in. Zondag en maandag waren 24 uur lang minimaal 500 van deze wagens actief om voor de volgende sneeuwbui het pekel op de wegen aan te brengen. Voor de hele winter ligt er 210.000 ton zout opgeslagen, dus voorlopig kunnen we nog even door. Dit is overigens slechts een derde van de hoeveelheid die enkele decennia geleden uitgereden werd, toen er nog alleen "droog" gestrooid werd.

En daar komt de jaarlijkse vraag: wat is het effect voor onze bodem? Rijkswaterstaat laat op haar website weten dat het effect op de bermflora wel meevalt. "De planten verkeren in deze periode in winterrust en de toegepaste hoeveelheden zout zijn ten opzichte van het totale oppervlak van het landschap betrekkelijk klein. Het zout is later in het jaar alweer met regenwater weggespoeld." Vooral dat laatste stelt mij nou niet gerust. Waarheen is het weggespoeld? Als je langs de weg kijkt zie je zoutplanten groeien in de bermen, zoals Lamsoor of Deens Lepelblad. De associatie met het zinkviooltje uit de jaren '80 dringt zich op. Straks gaan we het Deens Lepelblad in de berm nog beschermen en preventief zout strooien.

Naast invloed op de beplanting komt zout ook in ons grondwater en oppervlaktewater terecht. Recentelijk onderzoek van Jeroen Oosterwegel (Geofox-Lexmond) laat zien dat op locaties waar de opslag plaatsvindt, hoge concentraties worden gemeten. Bij de wegen belandt het grootste gedeelte van het zout in de directe omgeving van de weg. Vandaaruit gaat de reis verder naar ofwel het grondwater, of een nabijgelegen sloot. Hoewel op deze locaties de drempelwaarden in het grondwater overschreden worden, schijnt dit vooralsnog geen nationale alarmbellen te laten rinkelen voor ons kostbare drinkwater. Maar we weten allemaal: zout water hebben we genoeg in de wereld. Het is een hele kunst om vandaaruit lekker zoet drinkwater te maken.

Kan het niet anders? Blijkbaar zijn er nog steeds geen bodemvriendelijkere alternatieven gevonden voor zout. Onze buurlanden strooien veel met zand en grind. Onder het mom van dat ons ZOAB daar slecht tegen kan, doen we dat niet. We zouden ook het strooien kunnen laten en accepteren dat er een periode in het jaar minder gereisd kan worden.

Ik pleit voor een periode van opgelegde berusting. Laten we met zijn allen in winterslaap gaan, net als de natuur. Als je echt de deur uit moet, dan ga je en accepteer je een langere rit. Maar daar waar het mogelijk is, werk thuis, of binnen loopafstand. En vergeet vooral niet te genieten van dit cadeau: wintersport in eigen land. Daar hoeven we niet eens 1000 km over schoon gestrooide wegen voor te reizen.

Josja Veraart (Initiatief Bewust bodemgebruik en Royal HaskoningDHV)

Website

Linkedin

Twitter

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup