donderdag 30 mei 2013

Er wordt een tekort aan bodemexperts voorspeld. Dat moet nog maar blijken, maar misschien moeten we alvast een beetje zuinig op onszelf zijn (Paul de Reus, 30 mei).

Echter, op dit moment loopt de bodembranche leeg. Natuurlijk is er economische luwte, maar los daarvan kampt een groot aantal collega's met demotivatie.Foto_Paul_de_Reus

Theo Edelman (wéér hij, vergeef me) kondigde - hoewel ludiek - in zijn column eind november aan 'uit de bodem' te willen: "Geen gedoe met de Omgevingswet, maar Boeven vangen".
Het afgelopen jaar heb ik dergelijke geluiden ook in serieuzere context gehoord, van mensen die de daad bij het woord voegden. Zij vertrokken uit Bodemland, soms zelfs uit Nederland, om wijnboer te worden, fysiotherapeut, leraar, projectleider-civiel, teammanager, rechercheur, of om bij een tuincentrum te gaan werken.

Ik weet niet of de uitstroom groter is dan bij andere branches, maar de negatieve motivatie viel me op.
Niet "Op weg naar een nieuwe uitdaging" maar "Weg uit de bodem". Een greep uit de commentaren: "Het werd me te veel ego-strelen bij de ambtenaren". "Hokjesgeest". "Er is geen plaats meer voor maatwerk, voor human intelligence". "Het is een vechtersmarkt".
Tot zo ver de individuele commentaren uit mijn netwerk. Op Bodembreed 2012 was ook een collectief commentaar te horen: De veldwerkploegen lopen leeg, wegens demotivatie van de veldwerkers. Oorzaken: sjabloondwang, systematisch wantrouwen bij toetsers en toezichthouders, en de voortdurende, vooringenomen ondervragingen die daaruit volgen.
Vorige week nog een big-brother-brief van de inspectie aan alle BRL2000-certificaathouders, of ze even al hun projecten van het afgelopen jaar willen aanmelden. En binnen een week alstublieft. Hoe snel kun je menselijk kapitaal vernietigen?

Er is een happy few die zich mag bezig houden met sexy projecten en met het uitpakken van de nieuwe bodemthema's uit het convenant. Maar voor de gewone onderzoeker/adviseur is het een gevecht tegen onwil en tegen de eigen demotivatie.

Nu ook mijn bedrijf het economisch moeilijk heeft, wordt het verleidelijk om eens aan een carrière-switch te gaan denken. Cees, ik masseer die hockey-dames wel voor je in je praktijk. Frank, ik help je graag op je chateau. Gerrie, Ingeborg, is er nog behoefte aan een leraar beta of filosofie? Theo, Christiaan, de politie is ook MIJN beste vriend. Of zal ik eindelijk maar eens mijn mantelzorg-taak gaan oppakken?
Stoer gezegd allemaal, maar durf ik dat echt? Er zit ook iets in van opgeven. En 'bodem' is al die tijd een goede partner geweest...

Dus, vakbroeders: Zullen we proberen elkaars werk een beetje leuk te houden?
De tijd is al moeilijk genoeg, door desectoralisatie, door reorganisatie en door economisch getij.
Houdt eens een deur open. Letterlijk, die stomme klapdeur 's morgens in de trein, maar ook figuurlijk. Niet door je arm nog half achter je aan te slepen, zonder te kijken, maar met een weids gebaar. "Alstublieft mijnheer, prettige dag". Onthoudt de glimlach die dat oplevert, en zie die voor je als je 's middags toch nog even snel dat ene mailtje afhandelt, als je toch nog even die terugbelnotitie opvolgt. Als je zelf even die extra kopie draait, in plaats van een schorsingsbrief te typen.
Gun een ander zijn foutjes, zijn leermomentjes, zijn learning-on-the-job. Buig je commentaar om in een tip. Zet er een glimlach op bij op.
We zijn allen radertjes in grote machines, maar we zijn ook mensen. Toch?

Paul de Reus

Polder BV IJmuiden.

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup