donderdag 17 oktober 2013

In deze column blijf ik eens dichtbij mijn werk (Gerd de Kruif, 17 oktober).

Het bodemconvenant is 2009 afgesloten tussen verschillende overheden (rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) en loopt tot en met 2015. Het convenant ziet op het maken van een grote slag in het Foto_Gerd_de_Kruif3saneringsbeleid door focus op de inventarisatie en aanpak van spoedlocaties met humane, ecologische en verspreidingsrisico's. Daarnaast ziet het convenant op een transitie naar een bodemontwikkelingsbeleid door focus op het verantwoord gebruiken van mogelijkheden die de ondergrond biedt om maatschappelijk gewenste ontwikkelingen, inclusief ruimtelijke dynamiek, mogelijk te maken. Daarbij de ondergrond met (grond)water zien als het natuurlijke systeem dat kansen en randvoorwaarden biedt.

Vanuit het uitvoeringsprogramma van het convenant, waarvoor ik verantwoordelijk ben, evalueren we natuurlijk de voortgang. In 2011 was er een formeel evaluatiemoment. Nu is er weer zo'n moment. We zijn nu druk doende deze "mid term review" vast te stellen. Het is spannend hoe de voortgang is, maar ik kan daar nu nog niet veel over meedelen. Dat komt een volgende keer, dat is de cliffhanger voor nu.

Er is één punt dat ik toch al graag wil benoemen. Voor de genoemde midterm review hebben we ook een ronde gemaakt langs de bevoegde overheden Wbb en andere private partijen. Een zorg die breed en scherp naar voren komt betreft het voorhanden hebben van voldoende kennis en competenties in de nabije toekomst. Ik heb het dan over kennis in de uitvoering in brede zin, inhoudelijk, juridisch, financieel, procesgericht, voor sanering en vernieuwing. We moeten hier snel iets aan doen. Er is urgentie. Daarbij moeten we beseffen dat de manier van werken nu überhaupt anders is en wordt. Informatie is voor iedereen beter verkrijgbaar, de rol van partijen wijzigt daarmee, nieuwe generaties werken veel flexibeler. De droom die ik heb is dat we als bodemwereld ook hierin voorloper kunnen zijn. Dat we met publieke en private partijen tot afspraken kunnen komen om te investeren in de nodige kennis en competenties en om deze flexibeler in te zetten. Een netwerk, misschien wel de vorming van een coöperatie. Waarmee we meer kunnen bewerkstelligen met minder. Waarmee we kunnen inspireren. Dat is nodig, want de ondergrond blijft belangrijk, de grond van ons bestaan. Een droom is natuurlijk makkelijk verteld. Ieder heeft zijn eigen belang, maar er is hier een gezamenlijk belang. Misschien kunnen we in samenwerking met omgevingsdiensten verder komen, misschien is er een nieuwe impuls lokaal bodembeleid nodig. Het zijn ideeën om op te kauwen, maar afspraken hierover lijken me hoognodig.

Gerd de Kruif (Rijkswaterstaat Leefomgeving)

Website

Linkedin

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup