donderdag 07 november 2013

Was ik in een tijdmachine gestapt? Terug naar het begin van de zeventiende eeuw? (Theo Edelman, 7 november).

De jonge republiek Nederland werd geteisterd door godsdiensttwisten. Er waren rekkelijken, onder leiding van Arminius. Zij pleitten voor eigen verantwoordelijkheid en tolerantie. En er waren preciezen, onder leiding van Gomarus. Zij meenden dat alles was voorbestemd.
Op 9 oktober 2013 nam ik deel aan een rondetafelconferentie over het borgen van de kwaliteit bij bodemonderzoek. In Nederland is de afgelopen jaren een gemengd stelsel van toezicht ontwikkeld, met zowel een private als een publieke invalshoek. Certificerende instellingen controleren de kwaliteit in opdracht van de bodembranche. Inspecterende en handhavende overheden doen hetzelfde vanuit de overheid.Foto_Theov3
Dat zou dus helemaal goed moeten komen. Nee dus, er is eerder sprake van een patstelling. De branche heeft kwaliteitsdocumenten opgesteld als stand van de hedendaagse techniek. De Inspectie Leefomgeving en Transport gebruikt deze documenten als basis voor handhaving. De kwaliteitsdocumenten zijn nooit opgesteld om op alle vragen in het veld een antwoord te geven. Er is altijd ruimte voor vakkundige interpretatie. De Inspectie gaat daaraan voorbij en neemt alle teksten letterlijk.
Ook bij de bodemaanpak kun je rekkelijken en preciezen onderscheiden. De rekkelijken weten dat bodem en grond heterogeen zijn. Zij komen in het veld allerhande situaties tegen die nooit zijn uitgewerkt. Jarenlang konden zij prima uit de voeten met het adagium "Als het niet zo kan als het moet, dan moet het maar zoals het kan". De preciezen gaan uit van de regels die nota bene wettelijk zijn verankerd. Zij hebben maling aan het begrip interpretatieruimte.
In de kerk wonnen de preciezen. Zij verdreven de volgelingen van Arminius. In de Dordtse leerregels werden de rekkelijken zelfs gedemoniseerd. Maar met Arminius was de geest van vrijheid en verdraagzaamheid uit de fles en die kon niet meer terug. De Nederlandse samenleving ontwikkelde zich vervolgens in het rekkelijke spoor dat Arminius uitzette.
Aan de rondetafel wisselden zestien bij het onderwerp betrokken personen beelden uit van de huidige en de toekomstige situatie. Jammer genoeg ontbrak een vertegenwoordiger van de Inspectie leefomgeving en Transport.
Hoe nu verder? Op de korte termijn zouden vertegenwoordigers van privaat en van publiek toezicht een dialoog met elkaar moeten aangaan. Onderwerp zou moeten zijn het onderscheiden van essentiële eisen en overige eisen aan bodemonderzoek. De essentiële eisen zouden wettelijk verankerd moeten worden en zijn het domein van toezicht en handhaving vanuit de overheid. De overige eisen staan in de beoordelingrichtlijnen en zijn het domein van de private certificerende instellingen.
Meer hierover tijdens BodemBreed!

Theo Edelman (Bodemkundig Adviesbureau Edelman)

Website

Facebook

Twitter

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup