donderdag 20 maart 2014

Jaren geleden was ik vanwege een cursus bij een nogal zweverige bijeenkomst beland, die was gericht op je innerlijke ik. Je kern. Daar ben ik niet zo van. Als de aandacht teveel op je eigen zelfbevinden gericht is, word ik achterdochtig. Natuurlijk moet het tussen de oren goed zitten, maar tussen de neuzen – de relatie - is misschien nog belangrijker. We worden voor een belangrijk deel gevormd door onze omgeving en door onze relaties. Ik verwacht niet gelukkiger te worden door me meer op mezelf te richten. In tegendeel. Dat geldt ook voor onze samenleving als geheel. What's in a name. Daar kan ik me ouderwets zorgen over maken (Gerd de Kruif, 20 maart).

Ik herinner me dat de cursusleider tegen een medecursist zei dat hij "de aarde niet ruikt". Dat klonk uit zijn mond als een vernietigend oordeel. Ik werd er recalcitrant van.Foto_Gerd_de_Kruif3 Maar als ik eerlijk ben, ik ruik de aarde. Ik ruik het najaar. De kruidige lucht van vermolming. En ik ruik het wanneer ik op zandgrond ben of op het veen. Dat zal grotendeels aan de vegetatie liggen en de mate van vochtigheid. Maar voor mij is het aan de grond gebonden. En ik verbind het met de cirkel van leven en vergankelijkheid. Zoals de eerste tjiftjaf van het jaar die ik gisteren hoorde, de eerste zanglijster en de eerste grutto, straks de gierzwaluw en de nachtzwaluw. En het opkomen van de eerste anemoontjes en speenkruid, straks de bosbessen, bramentijd, kastanjes zoeken. Niets is mooier en troostrijker dan je bewust te zijn van het grote wonder van de cirkel van het leven. En er zijn eindeloos veel dingetjes die je door het jaar heen daarvan bewust maken. Elke dag. Een beetje zweverig? What's in a name. Eerder aards.

Gerd de Kruif (Rijkswaterstaat Leefomgeving)

Website

Linkedin

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup