Column: EMK-terrein

Op 13 mei 2015 hebben het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de gemeente Krimpen aan den IJssel, de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard afspraken gemaakt over het EMK-terrein. Dat deden zij door het ondertekenen van een bestuurlijke overeenkomt (Theo Edelman, 14 mei)

Het EMK-terrein in Krimpen aan den IJssel is door industrieel gebruik in het verleden – onder meer door de Exploitatie Maatschappij Krimpen - ernstig Foto_Theov3verontreinigd geraakt. In de jaren tachtig is besloten het terrein te isoleren, beheersen en controleren. Het argument daarvoor was dat volledig schoonmaken te duur was. Als gevolg van de isolatie is het terrein ongeschikt voor enig gebruik.

In de jaren negentig van de vorige eeuw, na de isolatie van het EMK-terrein, is nieuw bodemsaneringsbeleid geïntroduceerd. Dat maakte onder meer functiegericht saneren mogelijk; voordien was dat niet toegestaan. Uit een technische en een financiële analyse is gebleken dat functiegericht saneren van het EMK-terrein voor industrieel gebruik met de bijbehorende opbrengsten ongeveer even duur is als het reviseren van de isolerende voorzieningen en eeuwigdurende nazorg.

Daarom is gekozen voor opnieuw saneren, maar nu functiegericht. Door dit besluit komt een einde aan de eeuwigdurende nazorg, wordt het terrein opnieuw gesaneerd om dat daarna in gebruik te nemen, vermoedelijk voor de maritieme maakindustrie die ter plaatse floreert en die ruimte nodig heeft. Na de sanering wordt dit rijksbezit verkocht aan de gemeente.

De ondertekening was voor alle betrokkenen een markant moment, waarbij bestuurders de ambtelijk voorbereide besluiten fiatteerden.

De overeenkomst voor het EMK-terrein zou best wel eens een inspiratiebron kunnen vormen voor beheerders van soortgelijke gevallen, waar destijds is gekozen voor eeuwigdurend isoleren, beheersen en controleren.

Theo Edelman (Bodemkundig Adviesbureau Edelman)

Website

Facebook

Twitter

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup

 

ontwerp: Hans Dienaar bNO | site bouw: NMEDIA