vrijdag 29 mei 2015

Het nieuwe bodemconvenant heeft - naast vervolgafspraken over spoed en GGB - een aantal nieuwe thema's: Regionale, diffuse verontreinigingen, nieuwe bedreigingen en zorg/nazorg voor saneringslocaties en voormalige stortplaatsen (Paul de Reus, 29 mei).

M.b.t. Nazorg is het doel om deze op bestaande locaties te beëindigen of te verlagen.Paul_de_Reus
Dat kan door minder streng te zijn, door lagere eisen te stellen aan bijv. meetfrequenties, signaalafstanden en signaalwaarden. Of door te vertrouwen op in het verleden reeds opgebouwde kennis over het (verspreidings) gedrag van een verontreiniging. Waarom nog periodiek meten, als je uit bestaande gegevens al weet dat een verontreiniging bijvoorbeeld 5 meter per jaar wegloopt, en als dat in de evaluatie-beschikking geaccepteerd is?

Met betrekking tot de aanwas van nieuwe nazorglocaties zijn geen afspraken gemaakt.
Dat wringt, omdat deze categorie steeds groter wordt. Een landelijk overzicht is er niet, en jaarrapporten van 2013/2014 van individuele Wbb-overheden zijn schaars vindbaar, maar enkele jaarverslagen van provinciale overheden geven aan dat bij ongeveer een kwart van alle recent uitgevoerde saneringen nazorg is voorgeschreven. De dweilen zijn klaargezet, maar de kraan staat nog open.

Het ligt voor de hand om de criteria voor afbouw op bestaande locaties ook te projecteren op de actuele saneringslocaties. Om voor sommige locaties af te zien van actieve nazorg of monitoring, waar we dat in 2014/2015 nog wel zouden voorschrijven. Een saneerder zal die criteria vooraf willen kennen, om zijn sanering zó in te richten dat hij direct na oplevering nazorg-vrij kan zijn.
Die nieuwe criteria zijn waarschijnlijk meer een zaak van lokale beleidsdocumenten dan van wetgeving, maar enige landelijke regie lijkt me wenselijk.

Paul de Reus

Polder BV IJmuiden

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup