vrijdag 30 oktober 2015

Afgelopen weekeinde bezocht ik het Belmonte Arboretum in mijn woonplaats Wageningen. Dat is een van de grootste botanische tuinen in Nederland, met bijzondere collecties bomen en struiken. Vooral de bomen trekken nu de aandacht, met hun prachtig gekleurde bladeren (Theo Edelman, 30 oktober).

De bladeren zitten voor een deel nog aan de bomen, totdat de herfststormen opsteken. Een ander deel is al gevallen. Door de kleurenpracht is het extra aantrekkelijk eens goed naar beneden te kijken.Foto_Theov3
Jaren geleden werkte ik bij het Rijksinstituut voor Natuurbeheer, een van de voorlopers van het onderzoeksinstituut Alterra. Mijn toenmalige baas had jarenlang onderzoek gedaan naar de vorming van humus. Hij beschikte over proefvakken in natuurgebieden, waar hij elk jaar na de val van bladeren netten aanbracht. Hierdoor kon hij de omzetting van bladeren in humus in de tijd volgen. Als er op het werk wat te vieren viel, dan werd er strooisel in de bossen verzameld om dat als confetti over het feestvarken uit te spreiden. Dat werd verzorgd door zogenoemde strooiselmeisjes (m/v).
Er zijn veel Nederlanders die gevallen bladeren rommel vinden. Zij gaan met harken of nog erger bladblazers aan de gang om alle bladeren op een hoop te gooien. Ik neem aan om die met het gft-afval af te voeren.
Gelukkig zien steeds meer mensen dat anders, waar dat kan natuurlijk. Groen Heeze riep via Twitter op om eens wat meer bladeren in je tuin te laten liggen. Volgens de afzender is dat goed voor de bodem, beschut het je planten tegen vorst, is het fijn voor de insecten en is het minder werk.
Ik sluit mij daarbij aan. De circulaire economie is allang uitgevonden. Door de natuur.

Theo Edelman (Bodemkundig Adviesbureau Edelman)

Website

Facebook

Twitter

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup