donderdag 10 december 2015

In mijn allereerste column op dit forum, mei 2012, citeerde ik al uit de Kleine gifatlas.
"De VN-gifatlas wil een antwoord geven op de eenvoudige vragen: Waar ligt welk gif? (...) Bij doorvragen bleek niet zozeer de vraag belachelijk, maar het idee dat er ook een antwoord op zou komen."
Nu, 32 jaar en 1 technologische revolutie later, is dat nog steeds waar (Paul de Reus, 10 december).

Overheidsdossiers zijn openbaar. Dat is een algemeen beginsel, voortkomend uit burgeroorlogen, revoluties en renaissances, en pas veel later gecodificeerd, vastgelegd in de Grondwet en de Wet openbaarheid Paul_de_Reusvan bestuur (Wob). Dat beginsel geldt voor de boekhouding, voor bouwvergunningen voor milieugegevens en voor nog veel meer.
Alsof het algemene beginsel nog niet duidelijk genoeg was, is in 1998 ook het Verdrag van Aarhus gesloten, dat specifiek voor milieugegevens nog eens bevestigt dat iedere burger toegang moet hebben tot deze gegevens.

Over het grote, bestuurlijke, staatsrechtelijke zei Woodrow Wilson al: "Sunlight is the best of desinfectants." Over de kleinere, meer praktische zaak van de milieugegevens is de preambule van 'Aarhus' eigenlijk nog mooier dan de artikelen zelf, waarin het verdrag uitmondt. Een citaat:

"... erkennend dat een ieder het recht heeft te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn en de plicht heeft, zowel individueel als tezamen met anderen, het milieu te beschermen en te verbeteren in het belang van de huidige en toekomstige generaties,
Overwegend dat, om dit recht te kunnen doen gelden en deze plicht te kunnen vervullen, burgers toegang tot informatie, recht op inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden moeten hebben, en in dit verband erkennend dat burgers bijstand nodig kunnen hebben om hun rechten uit te oefenen, "

Waar 'Aarhus' duidedlijker in is dan de Wob, is dat de gegevens niet alleen openbaar moeten zijn, als theoretisch beginsel, maar dat het ook nog eens 'op doeltreffende wijze toegankelijk' moet zijn. Tweede citaat:

"... onder meer door: (...) het instellen en in stand houden van praktische voorzieningen zoals:
i. voor het publiek toegankelijke lijsten, registers of bestanden;
ii. de eis dat overheidsfunctionarissen het publiek bijstaan bij het verkrijgen van toegang tot informatie ingevolge dit Verdrag; en
iii. het aanwijzen van contactpunten; en
(...) het kosteloos verschaffen van toegang tot de milieu-informatie die zich bevindt in lijsten, registers of bestanden als bedoeld in het voorgaande onderdeel".

Hoewel in 1998 het project Landsdekkend Beeld nog moest starten, en geografische modules bij de bodeminformatiesystemen nog uitzonderingen waren, gaat Aarhus al expliciet in op het belang van gebruikmaking van de media en van elektronische of andere, toekomstige vormen van communicatie. Vrij vlot daarna kwam het gebruik van internet, e-mail en GIS goed van de grond bij onze overheden.

Nog iets later gingen post-afdelingen alle post en archieven scannen. Gewoon omdat dat voor de algemene workflow handig was. Geen poststukken meer die kwijt raakten op de ambtelijke bureaus, maar alles zonder koffie-waarmerken meteen het archief in. Afhandeling van het gevraagde gaat via de digitale kopie in het post- of workflowsysteem.
Waar de archief-afdelingen zich niet van bewust zijn geweest, is dat zij voor 90% invulling hebben gegeven aan de eerdere Aarhus-belofte. Het ontbreekt nog aan de laatste 10%: het beschikbaar stellen aan de buitenwereld.
Voor dat laatste zijn de vakafdelingen nodig: de milieu- en bodemmensen. Ook deze realiseren zich onvoldoende dat zij prachtig voort kunnen bouwen op het fundament dat 'DIV' voor hen heeft gelegd.
Dat kan op kleine schaal, bijna stilzwijgend, door rapporten en beschikkingen uit het postsysteem in individuele antwoord-e-mails te plakken. Wat nog te weinig gebeurt, is om dit beleidsmatig als standaard vast te leggen. Wat nog te weinig gebeurt, is om deze menselijke knip- en-plak-tussenkomst eruit te automatiseren.

Twee zaken leiden de aandacht af van het voortbouwen op het DIV-fundament: De bestaande Omgevingsrapportages (makelaarsmodules) en de recente data-initiatieven van Bidon, Nazca, Antea en anderen.
De overheid is bezig om 1 vervallen bouwwerk (de omgevingsmodules) in stand te houden en om 1 ander, modern bouwwerk (de data-voorzieningen) van het maaiveld af op te bouwen.

De data-voorzieningen voorzien in een nieuwe behoefte, bij de technologisch kundige grootgebruikers. Aan het bestaansrecht van de datavoorzieningen wil ik dus niets afdoen, maar ze vervullen niet de gewone-burgerbedoelingen van Aarhus.
Over de omgevingsmodules moet ik zeggen: Ze danken hun bestaan aan het negeren van de échte Aarhus-verplichting door overheden. Bij gebrek aan een beter alternatief, voorzien de modules in een behoefte. Dat kun je de leveranciers van die modules niet kwalijk nemen. De klant stelt de verkeerde vraag.

Het wordt tijd de makelaarsmodules om te bouwen: Ze moeten hun gegevens uit de postsystemen gaan trekken in plaats van uit de milieu-databases. De klant is daarmee de afdeling DIV geworden in plaats van de milieu-afdeling.
De goede voorbeelden van Nijmegen en DCMR zijn al oud. Daar kun je - na wat oefenen - op een vrijdagavond, via een kaart op je beeldscherm, echte archiefstukken downloaden en aan je alwetende zwager of professioneel adviseur doormailen. Deze voorbeelden vinden nog maar weinig navolging.

Hopelijk kan Bidon het algemene besef aanwakkeren van het belang van het "op doeltreffende wijze" toegankelijk maken van archiefgegevens. Hopelijk kan 'Aarhus' meeliften op het nakende succes van Bidon.

Paul de Reus
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup