donderdag 21 april 2016

Johan Cruijff is dus dood. Er was zo overweldigend veel media-aandacht voor, dat hij kennelijk een groot voorbeeld voor velen is geweest. Ik weet niets van voetbal en dus ook nauwelijks iets van Johan Cruijff. Toch was ik op een gegeven moment bang dat er ook een filmcamera bij mij op de stoep zou staan. Zo'n SBS6-gast zou zomaar naar mijn emoties willen informeren, al was het alleen maar omdat ik toevallig op huisnummer 14 woon. Want dat weet ik dan weer wel: dat hij nummer 14 was. En dat hij quasifilosofische uitspraken deed (Jan Klein Kranenburg, 21 april).

Wat trouwens een leuk feitje is, is dat de Verenigde Staten op dat vlak zijn eigen Johan Cruijff had: een half jaar eerder overleed namelijk honkbalspeler Yogi Berra, die door vergelijkbare uitspraken ook een foto_Jan_Klein_Kranenburgcultstatus genoot. "Het is té toevallig om toeval te zijn" is van zijn hand, maar ook het "It ain't over 'til it's over" dat later nog de titel van een hit van Lenny Kravitz werd. Lenny was trouwens exact 14 dagen ná Yogi jarig. De cirkel is weer rond.

Wat ik ook van Johan Cruijff weet, is dat hij trapveldjes liet aanleggen: de Cruyff Courts. Zelfs in het kleine plattelandsdorp waar ik woon ligt er een, wat dan weer te maken heeft met een andere beroemde voetballer die in ons dorp opgroeide. Alleen die Courts al zijn wat mij betreft een erfenis van Cruijff die een heldenstatus rechtvaardigt, daar hoef je zijn voetbalprestaties niet eens voor te kennen.

Wat ik wel jammer vind is dat alle buitensporten tegenwoordig op kunstgras lijken te moeten plaatsvinden. Ook de Cruyff Courts zijn voorzien van een plastic "gras"mat. Los van het risico op brandende schaafwonden, mis je toch het contact met de bodem: grasplaggen die losscheuren na een vette sliding en vervolgens weer aangestampt moeten worden totdat de wormen boven de grond komen kijken wat er aan de hand is. De modderige plekken voor de goal, die zorgen voor onuitwasbare zwarte vegen op bezwete shirtjes. De klonten modder aan de voetbalschoenen die je er na de wedstrijd altijd vergeet af te poetsen en die na een week zó hard geworden zijn, dat je ze van je schoenen af moet breken. De kuilen in het veld, waarin je je enkels pijnigt en last but not least: de geur van het gras!

Contact met de bodem, ik denk dat we de waarde hiervan allemaal wel onderschrijven. Tegelijkertijd besef ik ook dat er in de stad bezwaren kunnen zijn tegen echt gras. Neem de groeiende populatie hondenbezitters, die de weinige stukjes gras in de stad claimen als depot voor slechtverteerde Bonzo, dat er in dampende bolusvorm wordt achtergelaten. En die stinkende viervoeters kakken nu eenmaal eerder op gras dan op een plastic mat die met hekken omheind is. Dat zullen de jonge voetballertjes dan wel weer fijn vinden. Elk nadeel heb zijn voordeel.

Jan Klein Kranenburg
Adviseur Bodeminformatiebeheer

Website

Linkedin

Twitter

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup