donderdag 17 november 2016

Zo'n 3 weken geleden nam een collega van het eerste uur afscheid vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In het tijdschrift "André", dat we als collega's voor hem hebben gemaakt, blikte ik terug op de eerste jaren van de bodemsanering na de commotie over de "gifwijk" Lekkerkerk in 1979 (Anton Roeloffzen, 17 november).

Vorige week was er een groepje beleidsmakers van het Ministerie van Milieu uit China op bezoek en mij was gevraagd een presentatie te geven over die eerste jaren van bodemsanering in het Rijnmondgebied. foto_Anton_2008Andermaal had ik een moment van reflectie op het begin in 1982, toen ik, vers van de universiteit en nog groen als gras in bodembeleidsland, begon bij het Openbaar Lichaam Rijnmond in Rotterdam.

Wat een verschil met de kennis en inzichten anno 2016! Er was toen nog geen enkele ervaring met bodemsanering in Nederland, protocollen en richtlijnen ontbraken en zelfs wetgeving was er nog niet; de IBS (interim-wet bodemsanering) kwam pas een jaar later in 1983. Wel was er een "geheim" lijstje van A-, B- en C-waarden, door een groepje deskundigen van het Ministerie en de Milieu-inspecties opgesteld. En dat lijstje had natuurlijk iedereen, want iets beters was er niet.

We hadden geen idee waaraan we begonnen. Het idee was dat binnen 5 jaar alle geïnventariseerde stortplaatsen volledig zouden zijn verwijderd, zodat Nederland weer schoon was. Oh ja, en er waren nog een paar gasfabrieksterreinen, die ook moesten worden aangepakt.
Intussen waren de problemen in de grote steden al huizenhoog. In Rotterdam werd het voormalige slachthuisterrein in Crooswijk herontwikkeld als woongebied. Hoewel we een brief hadden van de laatste directeur van het slachthuis, dat nooit afval was gedumpt op het terrein, kregen we met de ene na de andere onaangename "bodemverrassing" te maken. In het kader van de toekomstige Omgevingswet zouden we dat nu "toevalsvondsten" noemen. We vonden diverse oude olietanks, die nog het meest leken op een vergiet, tijdens heiwerkzaamheden spoot bij iedere slag van het blok de teer in het rond omdat we op een chemische stortplaats bleken te zitten, en kinderen speelden met koeienbotten op de nog braakliggende delen van het terrein.

In die dagen kwamen er dagelijks nieuwe meldingen binnen van "gifgrond" in de stad, vaak op plekken waar stadsvernieuwing was gepland. Intussen groeven we ook op drie locaties "gifgrond" weg met geld wat we van het Ministerie kregen voor bodemsanering. En dat zonder fatsoenlijk bodemonderzoek – want hoe doe je dat? – zodat ze inmiddels alle drie zijn hergesaneerd.
Na 35 jaar hebben we alle notoire "giflocaties" – Gouderak en de Merwedepolder, de, Steendijkpolder, de Volgermeer en Diemerzeedijk, de Coupépolder, Aagrunol, etc. – aangepakt, maar nog steeds is er veel te doen. In Rotterdam is vooral de diffuse bodemverontreiniging met lood in de wijken rond het oude stadscentrum een probleem.

Volgermeepolder_stortplaats_5apr89_2
Foto: Chemische stort in de Volgermeerpolder, gemaakt in 1989

In landen als China, Vietnam en India staat men nu aan het begin van een omvangrijke bodemsaneringsoperatie. Ook daar zijn de bodemproblemen huizenhoog, niet alleen in de snel uitdijende steden op her in te richten bedrijfsterreinen en oude stortplaatsen, maar ook op het platteland, waar door overmatig gebruik van vervuilde meststoffen en pesticiden grootschalige bodemverontreiniging is ontstaan. Zij proberen nu te leren van de ervaringen, die in Nederland en andere westerse landen is opgedaan, zodat ze niet zelf het wiel hoeven uit te vinden. Een relatief luxe positie ten opzichte van de ambtenaren, die na Lekkerkerk het bodemprobleem te lijf gingen.

Ook in Nederland is er sprake van een nieuw begin vanaf 2020, als de Omgevingswet zal zijn ingevoerd. Hoe gaan we verder om met de nog resterende bodemproblemen? Hoe kunnen we de ecologische diensten, die de bodem ons levert, zoals waterberging, het leveren van voedsel, schoon drinkwater enn energie, optimaal benutten? En hoe voorkomen we nieuwe problemen met contaminanten als nanoplastics, perfluorverbindingen, restenpesticiden en antibiotica?

Kortom, ook in Nederland biedt de bodem nog veel uitdagingen. En als bodemmensen merken we dat ook, want we hebben het drukker dan ooit. Maar laten we in de waan van de dag niet vergeten, waarom we dit allemaal doen. We hebben mooi werk dat van groot belang is voor de samenleving.

Anton Roeloffzen
DCMR Milieudienst Rijnmond

Website

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup