donderdag 19 januari 2017

Ik heb mijn debuut gemaakt: een debuut in Tubantia – het dagblad van Twente en omstreken.

Aanleiding was een sessie over 'democratisering van de ondergrond' bij het Bodembreed-congres. In deze sessie spraken we over de rol van de overheid en de beschikbare kennis en informatie voor burgers en belangengroepen. Maar in feite zaten we in een inspraakavond waar voor- en tegenstanders elkaar in de haren vlogen.geert

Mijn debuut ging dus over afvalwaterinjectie, aardbevingen en gebruik van de diepe ondergrond, en de polemiek daarover tussen de Ministeries en NAM's aan de ene kant, en gemeenten, bewoners en belangengroepen aan de andere kant. Ik wilde één punt maken: kennis en informatie moet in een gezamenlijk zoekproces worden gezocht, relevant worden gemaakt en verbonden. Om met alle betrokkenen gedeelde beelden te ontwikkelen over 'hoe de dingen werken'. En om overeenstemming te bereiken over die zaken waarover onze beelden verschillen. 'Agree about what we agree about' én 'agree about what we disagree about'. Gebaseerd op methoden als joint-fact finding. Ik wilde aangeven dat er drie dingen zijn die dit erg moeilijk maken.

Als eerste: er is geen acceptatie van elkaars kennis. Experts zijn mensen die lang op een onderwerp hebben gestudeerd. En die lastig kunnen accepteren dat er ook andere kennis is, bijvoorbeeld ervaringskennis en specifieke lokale kennis. Kennis dus die bij bewoners en belangengroepen aanwezig is. Maar dit is ook omgedraaid: bewoners en belangengroeperingen moeten accepteren dat er een basis is van wetenschappelijke kennis, die feitelijk is en bewezen. En beiden moeten accepteren dat er onzekerheden zijn en dat verschillende waarden kunnen leiden tot verschillende beelden van dezelfde feiten. Eén meter is één meter. Maar of je dit lang of kort vindt, hangt van veel zaken af.

Als deze kennisbronnen én perspectieven op de feiten niet verbonden zijn, maar tegenover elkaar staan, ontstaat het tweede probleem: de 'dialogue of the deaf'. Iedereen praat met en tegen elkaar, maar niemand hoort elkaar meer. Op elk onderzoeksrapport van de ene kant volgt een onderzoeksrapport van de andere kant. Ieder inzicht wordt gepareerd door een andere deskundige die een tegeninzicht geeft. Iedere meter die 'lang' is, leidt tot een rapport die diezelfde meter als 'kort' verklaart. En als partijen in deze kakofonie ook nog ongelukkig communiceren, is de weg niet alleen doodlopend, maar is 'no return possible'.

Tenslotte – als derde – erodeert de legitimiteit van de besluiten. De lokale weerstand wordt dermate groot, dat het de vraag is of dit – ondanks een juiste juridische inbedding – nog legitiem is. Lokaal-regionale verhoudingen raken beschadigd, polarisatie en wantrouwen resteren. Zowel de verspreiding van een negatieve houding ten opzichte van individuele projecten, als de vorming van een negatieve houding ten aanzien van een gehele beleidssector, verminderen de legitimiteit. Waarbij deze legitimiteitsproblemen de implementatie en handhaving van het besluit bemoeilijken. Zoals bijvoorbeeld naar de CO2-opslag in Barendrecht.

Deze combinatie van noodzaak tot joint-fact finding met een dialogue of the deaf en erosie van legitimiteit leidt tot een fundamenteel probleem: tijd. Joint-fact finding vraagt om herstel van vertrouwen van gemeenten, bewoners en belanghebbenden in beleid en instituties. Dit begint niet alleen met rechtmatige compensatie, maar juist ook met morele compensatie. Erkenning dus. En aansluitend de acceptatie van elkaars positie, waarden en de kennis die daaruit voortvloeit. En dit kost, zeker in de huidige polarisatie, tijd, veel tijd. Tijd die veelal niet beschikbaar is voor een overheid die morgen moet besluiten.

Mijn debuut in Tubantia ging dus over morele erkenning en het dilemma van de tijd. Maar volgens mij is er geen keuze. Hoe urgent een te nemen besluit ook is, de noodzaak tot het nemen en vinden van tijd – ten behoeve van de koers naar herstel van vertrouwen, is onontkoombaar. Het begint dus, onvermijdelijk, met tijd.

Geert Roovers

Dr. ir. Geert Roovers is (parttime) lector Bodem en Ondergrond aan de Saxion hogeschool te Deventer.

Linkedin

Reageren op deze column kan hier: LinkedinGroup