Column Anton: POP's en het circulaire (bodem)milieu

In het verleden hebben we allerlei stoffen gebruikt, die slecht afbreekbaar zijn en zich ophopen in het milieu, de zogenaamde POP's (Persistant Organic Pesticides). En het gaat hierbij niet alleen om veel gebruikte pesticiden als drins, DDT en lindaan, maar ook om PCB's en dioxines, vaak onbedoeld vrijgekomen bij verbranding van afvalstoffen. Na de publicatie van het boek "Silent spring" van Rachel Carson in 1960 werden deze stoffen pas decennia later verboden. Helaas hebben we in de bodem en het milieu nog wel de nodige erfenissen: drins in de Broekpolder, dioxines in kaas uit de Lickebaert/Aalkeetpolder, DDT in de bodem van oude boomgaarden, lindaan in Twente, en nog steeds teveel PCB's in rivierpaling. (Anton Roeloffzen, 14 september)

foto Anton 2008Helaas maken we anno 2017 nog steeds dezelfde fouten. In toenemende mate duiken er allerlei nieuwe POP's op, de zogenaamde opkomende nieuwe verontreinigingen. We vinden steeds meer resten van medicijnen en (soms al lang verboden) bestrijdingsmiddelen in het grondwater, er zit fipronil in eieren, en perfluorverbindingen als PFAS en PFOA in grond, grondwater en oppervlaktewater.

Deze stoffen hebben meestal vier vervelende eigenschappen met elkaar gemeen. Ze zijn toxisch in lage concentraties, ze zijn slecht tot niet afbreekbaar in het milieu, ze hopen zich op in de voedselketen, en ze verspreiden zich gemakkelijk met het grondwater door de bodem. Kortom, ze hebben alle eigenschappen, nodig voor het veroorzaken van grote problemen in het milieu en de menselijke samenleving. Toch blijven we ze gebruiken!

Hoewel we volgens de Europese en nationale regelgeving moeten werken vanuit het voorzorgprincipe, doen we dat vaak niet. We gebruiken stoffen met exotische namen als GenX, zonder te weten hoe ze zich gedragen in het milieu en zicht te hebben op de risico's voor mens en dier. En dan wordt er gezegd dat er geen probleem is, want "wat we niet weten, is er immers niet". Totdat we het opeens in ons eten of drinkwater aantreffen.

Ook kijken we teveel alleen naar een deelprobleempje en op de korte termijn, zonder de vraag te stellen wat er op de langere termijn in het natuurlijke systeem lucht-water-bodem-grondwater-voedselketen gebeurt. Zo lijkt het toevoegen van bromides aan grond in een thermische reinigingsinstallatie een slimme manier op kwik uit de rookgassen te verwijderen, maar als dat vervolgens "gereinigde" grond oplevert die sterk verontreinigd is geraakt met de zo mobiele bromides, hebben we een nieuw milieuprobleem geschapen bij de toepassing van deze grond op/in de bodem.
Systeemdenken is voor veel mensen (te) moeilijk en vraagt ook veel kennis, die men vaak niet heeft. Vaak worden de bodem en het (grond)water dan het afvoerputje en komen gifstoffen uiteindelijk weer via voedsel en drinkwater als een boemerang weer terug bij de mens.

De Omgevingswet moet ons aanzetten tot integraal werken en het voorzorgprincipe is hierin verankert. Systeemdenken is hierbij essentieel. En de initiatieven moeten komen uit de markt. Dat wordt nog een hele uitdaging in de komende jaren, voor milieuwetenschappers, bedrijven, adviesbureaus, beleidsmakers bij de overheid. Kunnen wij, bodemmensen, hier het goede voorbeeld geven?

Anton Roeloffzen
DCMR Milieudienst Rijnmond

Website

Reageren op deze column kan hier: LinkedinGroup

 

ontwerp: Hans Dienaar bNO | site bouw: NMEDIA