Column Jan: Autobanden en erlenmeyers

Samen met mijn achterbuurvrouw was ik afgelopen donderdagavond op weg naar een notaris in Winterswijk. Met nog 6 anderen vormen we na deze avond het bestuur van een lokale energiecooperatie. We gaan binnenkort collectieve zonnedaken aanleggen op drie boerenschuren in de omgeving. Daarmee gaat onze cooperatie meer dan 150.000 kWh aan zonne-energie opwekken voor lokale huishoudens. Maar in mijn (diesel-)auto ging het niet over zonne-energie; het gesprek ging vrijwel meteen over de Zembla-uitzending van de avond ervoor. (Jan Klein Kranenburg, 19 oktober)

foto Jan Klein KranenburgVoorafgaand aan de uitzending was ik vooral benieuwd naar de optredens van mede-columnist Theo Edelman en mijn vroegere SCG interim-directeur Frank Hopstaken, die tegenwoordig kennelijk in de autobandenindustrie werkt.
Een week eerder las ik een column van Kees van Oostenrijk, de directeur van RecyBEM en bestuurder van Band&Milieu. Hij wond zich vreselijk op over de vooringenomenheid van de journalisten van Zembla. Een opvallende passage in zijn tekst: "Zembla wilde dolgraag een achtergrond van stapels autobanden. Wij vertikten dit natuurlijk: het gaat over rubberkorrels op kunstgras, niet over autobanden in een verwerkingsfabriek."

Frank Hopstaken mocht zijn verhaal uiteindelijk in een studio doen. Conclusie van zijn verhaal: hij had nog nooit dode vissen in de sloten naast sportvelden zien drijven. Er is dus volgens hem niets aan de hand. De uitzending bleek overigens niet eens over de korrels op de velden te gaan, maar over het rubber eronder. Maar goed, dat detail moeten we Van Oostenrijk maar niet aanrekenen.

Theo was door Zembla als onafhankelijk bodemdeskundige uitgenodigd. Ergens is bedacht dat het leuk zou zijn om het interview in een laboratorium van de WUR af te nemen. Theo zat dus ineens voor een fraai uitgestald stilleven van bekerglazen en erlenmeyers. Zembla slaagde er hiermee uitstekend in om een visueel frame neer te zetten, net zoals ze met die autobandenachtergrond had beoogd. Juist hierover wond mijn achterbuurvrouw zich nogal op. Zij werkt bij Alterra en zodra haar zwangerschapsverlof is afgelopen zal ze ook weer in datzelfde Atlasgebouw van de WUR aan de slag gaan. Zij vond dat door het opzichtig betrekken van de WUR er onterecht werd gesuggereerd dat de WUR partij was in deze discussie. Ik snapte haar punt wel. Eigenlijk jammer, want Theo's verhaal was duidelijk genoeg en had dit frame niet nodig. Dat deze manier van slinks beinvloeden werkt, staat als een paal boven water. Het bewijs hiervoor wordt nota bene door Van Oostenrijk zelf geleverd. Hij stuurde dezelfde dag namelijk een brief aan al zijn relaties waarin hij Theo ineens "Professor Edelman" noemt.

Zaterdag stond ik voor dag en dauw op zo'n kunstgrasveld met rubberen korrels. Mijn zoontje speelde met de F'jes een uitwedstrijd bij een club in de omgeving van Arnhem. Op het terrein hing een aparte sfeer. Misschien kwam het door de boos kijkende pitbulls en agressieve tattoos die ik om me heen zag. Het werd geen leuke wedstrijd. De 7-jarige jongetjes en meisjes van de tegenpartij hadden drie coaches: drie gedrongen, boos kijkende mannen, die vanaf de eerste minuut als drilinstructeurs hun spelertjes kleineerden met een spervuur aan luide commando's. Onze kinderen waren te geintimideerd om hun hoofd erbij te houden en verloren met 0-13.
Het was nog maar een paar dagen na de Zembla-uitzending, de rubberen korrels lagen werkelijk overal: op het parkeerterrein, in de kantine, in de kleedruimtes. Maar ondanks deze rubberen korrels is het woordje zink of rubber niet gevallen. Niet bij mij en ook niet bij de andere ouders. We waren te veel bezig met andere zaken die het sportplezier van onze kinderen op dat moment negatief beinvloedden. Misschien een tip voor Zembla om ook hier eens aandacht aan te besteden.

Jan Klein Kranenburg
Adviseur Bodeminformatiebeheer

Website

Linkedin

Twitter

Reageren op deze column kan hier: LinkedinGroup

 

ontwerp: Hans Dienaar bNO | site bouw: NMEDIA