woensdag 29 november 2017

Enkele jaren geleden mocht ik Rijkswaterstaat helpen bij het omgaan met hun vervangingsopgave natte kunstwerken. Het bleek dat al hun stuwen, sluizen, keringen en duikers de komende decennia voor een groot deel einde levensduur zouden geraken. Veelal in de 20e eeuw ontworpen met een levensduur van 80 tot 100 jaar, en daarmee een majeure opgave. De Minister reserveerde zo'n 300 miljoen euro per jaar, maar vroeg wel om een onderbouwing. En die hebben we gegeven. (Geert Roovers, 29 november)

geertNu zie ik ineens de vervangingsopgave ook in onze bodemwereld opdoemen. Gemeenten die forse delen van hun rioolstelsel moeten gaan vervangen. Waterleidingbedrijven die aan de slag moeten. En natuurlijk al die plekken die 'van het gas los' willen geraken en daarmee het gasnet gaan omvormen. Daarmee raken we direct een essentie van de vervangingsopgave. Vervanging vindt plaats omdat de infrastructuur technisch op is, of omdat hij niet meer aan huidige eisen en wensen voldoet. En we zien dat het steeds vaker de tweede reden is, in plaats de eerste. Ontwikkelingen gaan steeds sneller, waardoor vervanging eerder nodig is omdat infra niet meer aan zijn functie voldoet, dan omdat de infra technisch aan zijn einde is. Een tweede essentie is dat - mede vanwege de hoge investeringen - de vervangingsopgave aanleiding is tot heroverwegingen in het infrastructurele systeem. Als we dan toch gaan vervangen, en er veel geld in stoppen, laten we dan direct nadenken of we de dingen ook anders willen doen. Anders zitten we er weer tientallen jaren aan vast. De 'van het gas los' operatie is daarvan een voorbeeld.

De komst van de vervangingsopgave leidt dus tot meer focus op de snel veranderende gebruikswensen en een 'window of opportunity' voor heroverwegingen. Dit heeft belangrijke consequenties voor beheerders. Zij moeten mee gaan doen in het maatschappelijke debat. Zo dat de heroverwegingen plaatsvinden op die plek waar ze horen: in de maatschappij. Zij moeten andere functies en belangen toestaan gebruik te maken van hun infrastructuur. Zich open stellen dus. En zij moeten flexibel gaan ontwerpen. Omdat ontwikkelingen zo snel gaan, moet infra makkelijker en sneller aanpasbaar zijn. Aan nieuwe wensen over 5 jaar, die wij nu nog niet kunnen voorzien.

De vervangingsopgave klopt op de deur. Een op het oog technische exercitie. Maar niets is minder waar. De vervangingsopgave luidt een hele nieuwe periode in van omgaan met infrastructuur. Ook ondergronds.

Geert Roovers

Dr. ir. Geert Roovers is (parttime) lector Bodem en Ondergrond aan de Saxion hogeschool te Deventer.

Linkedin

Reageren op deze column kan hier: LinkedinGroup