donderdag 22 maart 2018

Elke column die Bodemnieuws publiceert levert zo'n twee tot drie reacties op. Meestal ontvang ik die reacties op onverwachte momenten. Ik stond ooit op een roltrap van Utrecht Centraal toen iemand die onzichtbaar achter mij stond ineens "leuke column!" in mijn oor fluisterde. Tijdens congressen of vergaderingen is het ook vaak een aardig aanknopingspunt voor een gesprek, niet zelden met wildvreemden die mij blijken te herkennen van het fotootje op de Bodemnieuwswebsite. De leukste reacties zijn de reacties van buiten het werkveld: waardering van een vereniging van Noord-Hollandse streekproducten, of leden van de Groninger Bodem Beweging die mij actief benaderen en zelfs bedanken. (Jan Klein Kranenburg, 22 maart)

foto Jan Klein KranenburgNa mijn vorige column kreeg Bodemnieuws een e-mail met een kritische toon: mijn columns zouden te weinig over 'bodem' gaan. Nu is 'bodem' natuurlijk een eindeloos fascinerend onderwerp en kun je er allerlei kanten mee op, maar als ik elke vier weken alleen maar over die kleine korreltjes zou moeten schrijven zou ik al snel een writers block van hier naar Hoogezand krijgen.

Toch zat ik op mijn vrije woensdag met geopende laptop terug te denken aan die mail. Heeft het dagelijks leven wel genoeg aanknopingspunten met de bodem om er vierwekelijks over te schrijven? Al snel werd ik doordrongen van de ironie van die vraag. Het typen van deze column wisselde ik namelijk af met telefoongesprekken om het grondwerk voor de aanleg van een nieuwe elektriciteitsaansluiting voor een collectieve zonnepaneleninstallatie in goede banen te leiden. De netbeheerder, de zonnepanelenleverancier en ons bestuur van de lokale energiecooperatie zijn er nog niet helemaal over uit wiens verantwoordelijkheid dat zou moeten zijn.

Ik ga even de deur uit om een kop koffie te drinken bij een medebestuurslid die in het dagelijks leven een bedrijf in houten afrasteringen heeft. Ze vertelt hoe ze binnen dat bedrijf bezig zijn met het zoeken naar een meer verantwoorde wijze om de rasterpalen te verduurzamen. Hoewel men geen carbolineum meer gebruikt in die sector, zijn de huidige oplossingen nog steeds niet optimaal voor de bodem.

Terug thuis open ik LinkedIn en lees een artikel uit NRC dat een Twentse connectie plaatste. Het uitgebreide artikel gaat over het weinige grip dat je als Twentse bewoner of bestuurder hebt op de ondergrond: "Je woont er bovenop, maar hebt er niks over te zeggen"€. Ik lees het artikel met belangstelling en zie dat NRC zelfs medecolumnist Geert Roovers citeert.

Het is tijd om de kinderen uit school te halen. Mijn zoontje neemt een vriendje om te spelen. Samen zitten ze enthousiast de dag door te nemen achter een glas frambozenranja en een Nobo sprits. Plots zie ik hoe vies de handen van mijn zoontje zijn. "We hebben gevoetbald en ik was keeper"€ verklaart hij schuldbewust. Ik wijs hem nog maar eens op het belang van goed handen wassen voor het eten.

Het is bijna 16:00. Er zijn in het dagelijks leven bodem-aanknopingspunten genoeg, dat staat buiten kijf. Toch hou ik lekker de vrijheid om ook eens over iets anders te schrijven dan bodem alleen. Ik mag dan wel genoeg stof hebben om een writers block te voorkomen, ik wil ook voorkomen dat de mensen die mij af en toe die leuke complimentjes geven op den duur een readers block krijgen.

Jan Klein Kranenburg
Adviseur Bodeminformatiebeheer

Website

Linkedin

Twitter

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup