donderdag 13 september 2018

Dat de energietransitie gepaard gaat met veel discussie en onvrede is een goed teken. Dat betekent namelijk dat deze transitie echt een transitie is en niet zomaar een willekeurige trend waar iemand een deftig label op plakte. Hoogleraar Jan Rotmans kan er altijd zo mooi over vertellen: over het collectieve unheimisch gevoel, conflicten tussen een bestaande en nieuwe orde en vooral over chaos door instabiliteit en onzekerheid.
Een van de terugkerende discussies gaat over de nieuwe bakens in ons landschap: de windmolens en zonneparken. (Jan Klein Kranenburg, 13 september)

foto Jan Klein KranenburgWie dacht dat deze discussies los staan van het bodemwerkveld heeft het mis. Ook in onze omgeving kom je collega's tegen die het idee omarmen dat deze ontwikkeling negatieve gevolgen zou kunnen hebben op bijvoorbeeld de biodiversiteit in de bodem. Onzin natuurlijk. Zo'n algemene uitspraak kun je helemaal niet doen zonder hierbij een referentiesituatie te noemen. Ga je een overbemeste en bespoten akker met snijmais omvormen tot zonnepark, dan vermoed ik dat de aanwezige nematoden en ander grut daar heel gelukkig van worden. Een zonnepark in een beschermd natuurgebied is een ander verhaal. Maar bent u dit ooit tegengekomen? De artikelen die ik over biodiversiteit in relatie tot zonnepanelen vond, komen veelal bij dezelfde organisaties en bij dezelfde personen vandaan. De conclusies blijken niet eens gebaseerd op onderzoek, maar op aannames. Ik zie hier dan ook vooral een uiting van dat unheimisch gevoel dat Rotmans noemt. Veel mensen kennen een natuurlijke angst voor veranderingen. In de zoektocht naar argumenten om hun eigen waarheid te bewijzen nemen ze te snel genoegen met schijnbaar-logische verbanden. Een vergelijkbaar voorbeeld van 'fear based assumptions' zien we bijvoorbeeld bij de komst van de wolf in Nederland: Ja, ze bijten af en toe een schaap dood. Maar Bello en Fikkie maken het veel gekker, want die bijten elk jaar meer dan 4.000 schapen dood. Ook de financiele schade is geen argument, want ganzen zorgen in Nederland voor 2.500 keer meer kosten. Of neem windmolens: die zouden vogels en vleermuizen doden. Maar vogels blijken zich veel liever tegen andere gebouwen dood te vliegen. Jaarlijks sterven 100 miljoen of meer vogels door tegen ramen te vliegen en onze lieve huiskatten zijn nog eens goed voor 500 miljoen dode vogels per jaar, zo berekende Mike Barnard in een artikel op RenewEconomy, waar Trouw over publiceerde.

Ik zou een oproep willen doen om als bodemsector niet mee te doen aan die transitiefobie. Natuurlijk horen zonnepanelen thuis op daken, maar daarmee alleen redden we het niet. De productie van zonne- en windenergie heeft 40 tot 50 keer meer ruimte nodig dan steenkool: dat past allemaal niet op daken of op zee: daarvoor hebben we ook af en toe de bodem nodig.
Denk eens wat breder: als we nu een spaak in het wiel van de energietransitie steken, wat betekent dat op den duur voor de beschikbare ruimte in Nederland? Hint: iets met zeespiegelstijging. Ik denk eerlijk gezegd dat het bodemleven maar wat blij is met de keuzes die we momenteel maken.

En voor wie nog niet overtuigd is van het feit dat biodiversiteit en zonne-energie goed samengaan nodig ik uit voor een bezoek aan de Achterhoek. In Hengelo (Gld.) ligt een prachtig voorbeeld van een landschapspark met 7.000 geintegreerde zonnepanelen. De buurt omarmde Solarpark De Kwekerij, dat inmiddels als voorbeeld dient voor heel Nederland. Het laat zien dat een transitie ook heel mooi kan zijn!

Jan Klein Kranenburg

Linkedin

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup