donderdag 21 februari 2019

Lang geleden spraken VNG en Den Haag over de toekomst: “Wij zijn volwassen, we kennen onze leefomgeving beter dan wie dan ook en hebben de kennis in huis. We willen onze eigen boontjes doppen!”. Na een vaderlijk gesprek (“Weet je het wel zeker, jongen?”) ging Den Haag aan de slag met iets dat later “de Omgevingswet” genoemd zou worden. (Arne Alphenaar, 21 februari)


arneDe enthousiastelingen van weleer heten nu ‘early adopters’ en gaan ‘nu al aan de slag met de Omgevingswet’. Het Rijk prijst deze koplopers, soms zelfs letterlijk met een award. Er is niets tegen het belonen van goed gedrag, liever een wortel dan een stok, maar er ontstaat een vertekend beeld. Wat doen we met al die gemeenten die de wortels niet kennen of niet lusten?
Over minder dan twee jaar is de Omgevingswet realiteit. In veel discussies wordt het Rijk gevraagd onder de Omgevingswet de zaken hetzelfde te regelen als het nu regelt onder de Wbb. Soms omdat het echt doelmatiger is om zaken centraal te regelen, vaak omdat men denkt dat gemeenten niet in staat zijn de noodzakelijke kennis te vergaren en toe te passen. Het Rijk benadert de gemeenten in deze discussies als kinderen op kamers: als mama ieder weekeinde de was blijft doen worden ze nooit zelfstandig.
Hoe bereiken we de organisaties die (nog) niet enthousiast zijn, omdat ze zich om wat voor reden dan ook nog nooit verdiept hebben in de nieuwe gereedschappen en rollen? Er is meer nodig dan nieuwe gereedschappen uitdelen en uitleggen. De toepassing vereist andere competenties en andere organisatievormen. Als we van de Omgevingswet ook voor de ondergrond een succes willen maken moeten de achterblijvers intensiever worden ondersteund en gefaciliteerd.
Anderen staan wel in de startbokken maar vertellen zonder schroom dat, als het niet meer moet van Den Haag, ze geen geld gaan besteden aan bodem. Het is verleidelijk ze te zien als pubers die zich afzetten tegen hun ouders en eigenlijk een tik op de vingers moeten krijgen. Maar zijn het niet eerder verantwoordelijke kamerbewoners die met een erg beperkt budget hun huishouden draaiend moeten houden? Dan past hier geen vaderlijke correctie maar een gesprek op basis van gelijkwaardigheid.
Alleen als partijen elkaar echt gaan helpen kunnen we er het beste van maken.

Arne Alphenaar (TTE Consultants)

Website

LinkedIn

Reageren op deze column kan hier: Facebook