vrijdag 06 september 2019

Gisteren was er weer opmerkelijk bodemnieuws op TV in de actualiteitenrubriek EenVandaag. In Nederland liggen nog een groot aantal oude, veelal niet meer in gebruikte olie- en gaswinputten van voor 1950 en deels zelfs van voor 1940. Niemand kijkt meer hiernaar om, maar intussen bleek uit de beelden dat bij diverse van deze oude putten gasbelletjes omhoog borrelen en/of de vegetatie is afgestorven. Er lekt overduidelijk methaan/oliegas uit de diepe ondergrond naar boven omdat de casings deze oude putten niet meer afsluiten. Niet verwonderlijk; de milieueisen aan deze casings waren toentertijd veel minder streng dan tegenwoordig. (Anton Roeloffzen, 6 september)


Foto Anton 16feb10Vraag is in hoeverre de bodem verontreinigd is rond deze putten, want ook dat is nog niet onderzocht. Te verwachten is dat allerlei chemicaliën in het grondwater aanwezig zijn, naast barium en chloride (zout grondwater!) o.a. ook ruwe olie, vluchtige aromaten en fenolen. En worden hierdoor misschien natuurgebieden of waterwinningen bedreigd? Ook niet onderzocht.

Geschat wordt dat er zo’n 6.500 oude winputten in Nederland en het Nederlandse deel van de Noordzee aanwezig zijn. En er liggen nog meer oude bodembommetjes in de grond, zoals de oude smeerpijp vanuit de veenkoloniën naar de Waddenzee, met afval gedempte wijken in Drenthe, oude slootdempingen in de veenpolders van west-Nederland.
En wat te denken van al die kleine, niet spoedeisend verklaarde vlekjes met allerlei mobiele stoffen in de bodem? Per vlekje hebben ze niet zoveel effect, maar vele kleine vlekjes maken uiteindelijk wel een groot probleem als het een beetje tegen zit. Dat zien we bijvoorbeeld in het Gooi, en ook op een oud bedrijventerrein in Hoogeveen, waar uiteindelijk de drinkwaterwinning gevaar loopt als niet tijdig wordt ingegrepen. 

Nog maar enkele jaren geleden was het Rijk van mening dat de bodemsaneringsoperatie wel zo ongeveer is afgerond. Maar is dat wel zo? Ons grondwater “vergrijst” steeds meer omdat allerlei bronnen van bodemverontreiniging nog niet zijn aangepakt of worden “beheerst”, wat dat ook moge betekenen.

Als ik naar het Rijnmondgebied kijk, waar ik al bijna 40 jaar met mijn collega’s werk aan de oplossing van de bodemverontreiniging, dan moet worden geconstateerd dat we ongeveer halfweg zijn. Geen slecht resultaat als je beseft hoe dramatisch de situatie was in 1982, toen ik begon. Er is nog veel te doen, niet alleen in het havengebied met al zijn puntbronnen, maar ook in het oud-stedelijke gebied, waar nog een omvangrijk diffuus loodprobleem aanwezig is, ontstaan vanaf de 16e eeuw. En dat ondanks alle inspanningen in het kader van de stadsvernieuwing.

Als ik over anderhalve maand met pensioen ga, ligt er nog veel werk voor mijn collega’s. En dat hadden we niet gedacht in 1983, toen we het idee hadden heel Nederland schoon te maken binnen 5 jaar. Hoe naïef waren we toen nog, niet beseffend hoe groot het probleem in werkelijkheid was.

Ook doemen er nieuwe bodemproblemen op, niet alleen door nieuwe verontreinigende stoffen als perfluoralkylstoffen (PFOS, PFOA), pesticidenresten en microplastics, maar ook door lastige problemen als bodemdaling en ruimtegebrek in de ondergrond.

 

Anton Roeloffzen

DCMR Milieudienst Rijnmond

Reageren op deze column kan hier: Facebook

Er ligt nog bodemwerk genoeg in de komende jaren!