maandag 10 februari 2020

Eind januari was het 25 jaar geleden dat een kwart miljoen Nederlanders hun huis moest verlaten vanwege hoogwater in de Rijn, Maas en Waal. De waterschappen en Rijkswaterstaat stonden er uitgebreid bij stil met een campagne die met #hohohoogwater een kerstmanachtige titel kreeg. Een tikje jolig, voor zo’n serieus thema. Je werd uitgedaagd om ‘dijkies’ maken en die op Twitter of Instagram te zetten: een variant van een selfie, maar dan genomen op je favoriete dijk. Tegelijkertijd werd onderzoek gepubliceerd door het Hoogwaterbeschermingsprogramma van de waterschappen en Rijkswaterstaat waaruit bleek dat verreweg de meeste Nederlanders zich geen zorgen maken over hoog water. (Jan Klein Kranenburg, 10 februari)

foto Jan Klein KranenburgVeel ondervraagden in het onderzoek maken zich wel degelijk zorgen over zeespiegelstijging en smeltende poolkappen en 93 procent vindt het noodzakelijk om extra maatregelen te nemen. Toch overweegt maar 3 procent van de ondervraagden te verhuizen vanwege de kans op hoogwater in de toekomst. “De overheid redt ons wel”, was het beeld: 80 procent van de ondervraagden heeft 'veel' of 'tamelijk veel' vertrouwen in de overheid.

Ik vraag me sterk af of dit onderzoek een representatieve steekproef is geweest. Als je een beetje om je heen kijkt en luistert dan zie je dat zeespiegelstijging en smeltende poolkappen niet alleen een wetenschappelijk, maar vooral ook een politiek thema is geworden. De wetenschap lijkt rond dit thema niet meer verantwoordelijk om feit en fictie van elkaar te scheiden. Politieke leiders hebben die plek ingenomen: ze winden hun achterban moeiteloos om hun vinger met alternatieve feiten die het best passen bij hun politieke agenda. Geholpen door pseudowetenschappelijke websites en nieuwsplatforms is het hen gelukt een groot deel van Nederland te sussen met de boodschap dat het allemaal wel meevalt. Ik geloof dus niet dat 93% van de Nederlanders zich zorgen maakt over smeltende poolkappen en geloof ook niet dat 80% vertrouwen heeft in de overheid.

Iemand die wel de noodzaak ziet tot extra maatregelen is publicist Rutger Bregman, wiens pamflet “Het water komt” in dezelfde week verscheen als het eerder genoemde onderzoek. Hoewel specialisten de toon in zijn “brief aan alle Nederlanders” onheilspellend vinden en voorspellen dat het zijn doel voorbij schiet (“hell doesn’t sell”), vond ik het wel een eye opener. Ik moest er vorige week aan denken tijdens een lezing in de “Week van de Circulaire economie & Klimaat” waarin iemand zei: “Ik gun iedereen zijn ramp”. Deze enigszins morbide wens komt overeen met het bekende gebed van de dijkgraaf: “Geef ons heden ons dagelijks brood en af en toe een watersnood”.
Waarom een ramp? Omdat wetenschappelijke feiten niet werken, onheilsboodschappen evenmin en jolige ‘dijkies’ op Insta zetten al helemaal niet. Het enige dat lijkt te werken is een ramp. Een ramp verbroedert en zet aan tot actie. Uit de Watersnoodramp van 1953 volgden de Deltawerken en uit de watersnood van 1995 volgde het Ruimte voor de Rivier-programma. Anno 2020 hoop ik wel dat er een Datumprikkertje aan vooraf gaat, dan kan ik er een beetje rekening mee houden.

20200210 Column Jan Hoogwater

 

 

 

 

 

 

 

Jan Klein Kranenburg

Linkedin

Reageren op deze column kan hier: Facebook