Vitale bodem: een begrip dat de laatste tijd volop rondzingt in de bodemwereld. Opvallend genoeg spreekt de Europese Richtlijn voor bodemmonitoring van een gezonde bodem. Het gaat over hetzelfde onderwerp, maar betekent het ook hetzelfde? Om daarachter te komen, raadpleegde ik mijn persoonlijke autoriteit op het gebied van vitaliteit: mijn vader. Hij is ruim tachtig en ervaringsdeskundige pur sang. Hij wandelt dagelijks minstens vijf kilometer, helpt in het lokale repaircafé, bouwt op voor de plaatselijke filmmiddag, en is bestuurslid bij het grootste smartlappenkoor van Nederland; “Vitaliteit is actief blijven”, zegt hij. “Gezondheid is belangrijk, maar je hebt het niet volledig in de hand. Ondanks de beperkingen actief blijven, dát is wat je zelf moet doen”. Als wij hebben over een vitale, of gezonde bodem hebben, hebben we het over iets anders. (Bram van de Pas, 11 mei 2026)

Voor ons, bodemspecialisten, vallen een vitale en een gezonde bodem vaak samen. Een bodem is voor ons “vitaal” wanneer deze de gewenste ecosysteemdiensten kan leveren. De Europese Richtlijn hanteert een vergelijkbare, maar preciezer geformuleerde definitie: een ‘gezonde bodem’ verkeert in een goede chemische, biologische en fysieke staat en is daardoor in staat duurzaam en in hoge mate de verwachte ecosysteemdiensten te leveren.
Ecosysteemdiensten omvatten alle goederen en diensten die ecosystemen aan de samenleving bieden. Deze worden doorgaans onderverdeeld in producerende, regulerende en culturele diensten, denk aan voedselproductie, klimaatadaptatie en natuurrecreatie. Het concept maakt het bovendien mogelijk om de waarde van de bodem (en andere natuurlijke systemen) in economische termen uit te drukken. Dat is echter ook de beperking: het reduceert de bodem al snel tot een instrumentele, bijna zakelijke waarde.
“Alles van waarde is weerloos”, schreef Lucebert in het gedicht ‘De zeer oude zingt’. Dat geldt ook voor de bodem. De impliciete aanname is vaak dat een bodem “vitaal” is wanneer zij in dienst staat van de mens. De bodem heeft zelf geen rechten. Misschien is het tijd om rechten toe te kennen aan de rechtspersoon “bodem” zoals Jessica den Outer het besprak in de centrale sessie van Bodembreed 2026. Daarmee zou de bodem het recht kunnen krijgen om “vitaal” of “gezond” te zijn, zonder verwijzing naar de economische of maatschappelijke waarde. Zo ver zijn we nog niet, Den Outer gaf aan dat het toekennen van rechten vaak 40-50 jaar duurt, maar omdat de internationale discussie over rechten voor de natuur rond 1972 is gestart, zou een doorbraak nabij kunnen zijn.
Daar kunnen we niet op wachten. Het is duidelijk dat wij de bodem nodig hebben om onze duurzaamheidsdoelen te bereiken. Dat vraagt om meer aandacht voor de bodem en het afstemmen van onze activiteiten op haar eigenschappen en grenzen. Bodemverarming en verdichting komen van nature voor, maar onze invloed is aanzienlijk en zichtbaar. Door ecosysteemdiensten systematisch te waarderen en daar het beheer op af te stemmen, kan deze negatieve invloed worden beperkt.
In dit kader wordt vaak ook “Water en Bodem sturend” genoemd. Dat is niet hetzelfde, maar het gaat hand-in-hand. Als water en bodem sturend zijn, wordt de inrichting van een gebied afgestemd op de geo(hydro)logische omstandigheden. In feite optimaliseer je zo de verdeling van ecosysteemdiensten, wat de veerkracht van de bodem ondersteunt. Dit is een duurzame benadering, maar leidt niet automatisch tot verbetering van de bodemgezondheid.
Daarvoor moeten we aan de slag, en het is een ingrijpende opgave. De EU Richtlijn stelt dat in 2050 een goede bodemkwaliteit moet zijn bereikt door maatregelen voor duurzaam landgebruik en herstel. Daarbij wordt inschat dat momenteel 60 % tot 70 % van de Europese bodems niet gezond is als rechtstreeks gevolg van huidige beheerspraktijken. De ambitie is dat 75 % van de bodem in 2030 als “gezond” kan worden beoordeeld door een radicale verandering van wijze van beheer en gebruik. Dit vergt een nieuwe kijk op de bodem waarbij bodemkwaliteit niet leidend zal zijn, maar “slechts” een van de te beoordelen aspecten. Een verbreding van ons werkveld, en er zal ook anders gemeten moeten worden.
Voor mijn vader betekent vitaliteit iets anders dan gezondheid. Voor ons ligt dat anders. Wat in ieder geval vaststaat: een “vitale” of “gezonde” bodem vraagt om actieve inzet. Net zoals mijn vader werkt aan zijn vitaliteit en gezondheid, zullen wij moeten blijven investeren in de bodem.

Bram van de Pas (LinkedIn)
Reageren op deze column kan hier: LinkedIn


