Gastcolumn: Bodem in Afghanistan

Stel: Er is een gebied dat rijk is aan archeologische monumenten.
Het grondwater in het ondergelegen aquifer voorziet een nabijgelegen stad van drinkwater.
Het gebied omvat een winbare voorraad van een delfstof, waarvoor een mijnbouwconcessie wordt aangevraagd (Paul de Reus, 1 mei).

De mijn betekent inkomsten en werkgelegenheid. Maar het is ook een mogelijke bedreiging voor het drinkwater, en een zekere bedreiging voor de archeologische waarden.
Dit is, na toevoeging van nog wat nuances en voorwaarden, een interessante casus voor een werksessie op een bodembijeenkomst. Een rollenspel. Uw eerste statement voor die werksessie zit waarschijnlijk al in uw hoofd: Lagenbenadering, Benutten van Kansen, Zoek de Combinatie, Duurzaam, Innovatief. Zoiets?Foto_Paul_de_Reus

Hoe anders wordt de beleving, als de casus een naam krijgt, en echt blijkt te zijn?

Mes Aynak is een gebied in de provincie Logar, Afghanistan. Het gebied staat stijf van vroeg-boeddhistische, archeologische monumenten. Het grondwater in het ondergelegen aquifer voorziet o.a. Kabul van drinkwater. Het gebied omvat de tweede koperreserve van de wereld, en er is een contract om een open mijn te gaan exploiteren.

Het mijnbouwcontract besteedt niet zoveel aandacht aan die andere bodemwaarden en daar wordt door diverse groeperingen rumoer over gemaakt. De strekking: "In 2001 is een enorme, uit de rotsen gehouwen Boeddha door de Taliban kapotgeschoten. Dat was in Bamyan, in een naastgelegen provincie. Dat nooit weer, riep de wereld in koor. En nu doet de regering het zelf, op een veel grotere schaal!"

In deze echte casus zijn de werksessie-reacties - hoewel genuanceerd - vooral gericht op 'tegenhouden'. Er zijn petities gestart. Boeddhisten hebben uren in de rij gestaan bij de dorpscomputer om te tekenen. Waarna kun bijdragen zijn geschrapt, want zoveel vanaf hetzelfde IP-adres, dat kan niet kloppen.

Als moderne, Nederlandse bodemkundigen mogen we, en moeten we, iets afstandelijker zijn, letterlijk en figuurlijk. Moeten we kijken naar Kansen Van De Bodem. Geen Of-Of, maar En-En.
Ook hier zijn de ingrediënten van de Nederlandse werksessie aanwezig. Dezelfde kansen en bedreigingen. Maar het is niet meer enkel een technische, planologische discussie. Er spelen internationale, politieke zaken. De mijn is niet zomaar een inkomstenbron: het is een kans op ontwikkeling en zelfstandigheid van een land met grote problemen.
Het land is onveilig, of op zijn minst instabiel. Er is een internationale troepenmacht, die toewerkt naar haar terugtrekking. Het land moet snel op eigen benen staan. Het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken luidt intussen nog: "Het reizen en verblijven in Afghanistan voor niet-essentiële doeleinden wordt ontraden."

Hier ligt een kans om iets goeds te doen. Maar wat? Kunnen we de Nederlandse kennis en technieken al exporteren, commercieel en als ontwikkelingshulp?
Nederland heeft al eens iets gedaan met G2G in Roemenië en in China. Daar heb ik mooie presentaties over gezien op de bodem-symposia. Maar hoe komt zoiets tot stand? Gewoon door een oproep in een column? Het is te proberen...

Paul de Reus
Polder BV IJmuiden

Reageren op deze column kan hier: Linkedingroup

 

ontwerp: Hans Dienaar bNO | site bouw: NMEDIA