Op waterbodem.nl is een bericht verschenen (d.d. 29 juni 2004) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, over de gunning (door Rijkswaterstaat) van de grootschalige proef verwerking baggerspecie aan twee bedrijven (De Ingensche Waarden, 12 juli).
Het gaat om het proefproject dat in 1999 is geïnitieerd door de Tweede Kamer en dat als doel had een kans te creëren voor nieuwe verwerkingstechnieken voor klasse 4-specie, zoals thermische immobilisatie. Bovendien zou de nieuwe techniek betaalbaar moeten zijn. Vooral bij dat laatste zijn enkele vraagtekens te plaatsen. Voor het bericht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat: klik hier.
Na jaren is dan nu eindelijk het project gegund aan het Belgische bedrijf Jan de Nul en aan het Nederlandse BAG. Zij gaan twee grote partijen baggerspecie klasse 3-4 verwerken tot 330.000 m³ bouwstof. De inzet van het project is dat de grootschalige verwerking van de specie Rijkswaterstaat niet meer gaat kosten dan wanneer deze specie naar een slibdepot zou worden afgevoerd.
Het bericht wekt om verschillende redenen bevreemding. Ten eerste: het heeft nogal een tijd geduurd voordat de proef van start kan gaan. BAG gaat later dit jaar beginnen; Jan de Nul pas in 2007.
Ten tweede: de door de aannemers toegepaste technieken zijn niet nieuw; het gaat om koude immobilisatie en zandscheiding (BAG) en landfarming (Jan de Nul). Thermische immobilisatie is al afgevallen wegens de hoge kosten. Sinds de LCA baggerspecieberging kan daaraan nog worden toegevoegd dat deze techniek qua milieueffecten ook al niet in aanmerking komt.
Ten derde: de vermeende lage kosten lijken tegen te vallen als je ze afzet tegen de kosten van bijvoorbeeld berging van specie. Rijkswaterstaat besteedt 20 miljoen euro aan de proef. Daarmee wordt 330.000m³ bouwstof gewonnen, dat is dus 60,60 euro/m³. Gesteld dat 1 m³ secundair product gefabriceerd wordt uit 1,5 m³ bagger, dan is de kostprijs derhalve ca. € 40,00/m³ bagger. Dat is een stuk meer dan de bedragen die in het Tienjarenscenario (dec. 2001) genoemd worden voor deze technieken (variërend van 50 tot 77 gulden voor koude immobilisatie en 35 tot 48 gulden voor landfarming). Dat is ook een stuk meer dan de kostprijs voor storten in een depot (kan voor 8 euro/m³). Daarbij komt dat bij de grootschalige proef kennelijk niet wordt onderscheiden in de kostprijs per techniek.
Al met al kunnen de nodige vraagtekens gezet worden bij deze proef met grootschalige verwerking.