Een van de vier projecten die gehonoreerd zijn bij de meest recente Stibosa-tender is een onderzoek naar de wijze van aanbesteding van een sanering (Stibosa Nieuwsbrief, december 2003).
De Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) van Defensie gaat, in opdracht van de Koninklijke Luchtmacht, voor een complexe sanering op een terrein op de Veluwe ervaring opdoen met het instrument prestatiebestek. De dienst wordt hierbij bijgestaan door het bureau TTE uit Deventer. De Stibosa subsidieert 50% van de kosten.
Aan de Koningsweg in Schaarsbergen op de Veluwe ligt een voormalig oliepompstation van Defensie. Het station is al een paar jaar niet meer in gebruik. In de bodem bevindt zich een complexe verontreiniging met minerale olie. De verontreiniging is tot 30 meter beneden maaiveld terug te vinden. Het terrein grenst aan een grondwaterbeschermingsgebied (La Cabine).
De eigenaar van het terrein, Defensie, heeft subsidie gevraagd voor een onderzoek naar het verbeteren van het proces voorafgaand aan de bodemsanering. Bart van Veldhuijsen, adviseur ROM bij DGW&T: “Als onderdeel van Defensie hebben wij uiteraard uitgebreid ervaring met saneren, vanwege de hoeveelheid terreinen die wij beheren. Deze ervaring leert dat budgetten voor bodemsanering nogal eens worden overschreden. Met een andere manier van aanbesteden zijn deze tegenvallers misschien te vermijden. Daar willen we graag ervaring mee opdoen. Niet zozeer om kosten te besparen, maar wel om kosten meer beheersbaar te houden. Een andere behoefte die tijdens het proces steeds belangrijker werd, is de drive om meer kennis uit de markt te halen.”
Van Veldhuijsen: “We hebben hier te maken met een complexe sanering, waarbij we verwachten dat een standaard aanpak niet tot het hoogste milieurendement zal leiden. Het prestatiebestek biedt de mogelijkheid om samen met de aannemer te zoeken naar een aanpak die meer oplevert dan de aanpak waartoe je zou besluiten als je bij voorbaat geen enkel risico wilt lopen.”
Het feit dat voor het onderzoek naar de inzet van dit middel nu subsidie is verstrekt, werkt op meerdere fronten goed uit. Aanbesteden via een prestatiecontract betekent in de voorbereidingsfase veel meer kosten maken dan op de traditionele manier. De subsidie verlaagt de kosten voor Defensie. In de tweede plaats is het belangrijk dat een deskundige partij (de provincie Gelderland) vertrouwen uitspreekt in deze aanpak. Dit helpt weer bij het overtuigen van andere partijen.
Het prestatiebestek is geen makkelijk instrument, aldus adviseurs Aiko Hensums en Arne Alphenaar van The Three Engineers. “De afgelopen twee jaar heeft TTE het voortouw gehad bij het opstellen van een Richtlijn Prestatiebestekken onder de vlag van de SKB (Stichting Kennisontwikkeling en Kennisoverdracht Bodem).“We willen in dit project laten zien dat werken met deze richtlijn goed uitpakt. Een belangrijke omschakeling is dat niet de saneringsmethode, maar het saneringsresultaat centraal staat. Ontwerp en uitvoering komen in één hand. De voorbereidingskosten voor de opdrachtgever zijn hoger dan normaal.Op de lange termijn levert het de opdrachtgever echter meer op dan bij een traditionele aanpak. De opdrachtgever krijgt een betere sanering voor dezelfde kosten.”
“Zonder prestatiebestek zal op de locatie Schaarsbergen op grond van risicominimalisatie gekozen worden voor een eeuwigdurende beheersvariant”, aldus Aiko Hensums. “Wij denken dat er meer gedaan kan worden. Het prestatiecontract is een instrument om te zoeken naar wat maximaal mogelijk is qua prijs/ kwaliteit verhouding.”
In de Richtlijn Prestatiebestekken wordt via achtergrondinformatie, checklisten en stroomschema's aangegeven hoe een voorbereiding van een bodemsanering kan verlopen om te komen tot een door alle partijen (bevoegd gezag, aannemer, opdrachtgever) zo goed mogelijk bestek.
Belangrijke verschillen met de traditionele aanpak zijn:
- De opdrachtgever schrijft minder voor; de aannemer ontwerpt en dimensioneert zelf. Kwaliteit speelt een grote rol bij de selectie van aannemers. Het aspect prijs verschuift naar de achtergrond.
- Opdrachtgever en aannemer zoeken met elkaar naar de beste aanpak en staan niet tegenover elkaar.
De Richtlijn zal binnenkort in zijn definitieve vorm verschijnen.