maandag 24 januari 2022

Het lijkt er nu toch echt van te komen. Alles wijst er op dat de Omgevingswet daadwerkelijk per 1 juli 2022 in werking treedt. In mijn vorige column heb ik mij afgevraagd of we er wel klaar voor zijn en volgens mij is die vraag nog steeds legitiem, want niet alles is zelfs op dit moment gereed voor implementatie. Het Digitale Stelsel Omgevingswet is nog steeds niet af en voor bodem is men nog niet eens begonnen met de toepasbare regels in het DSO te plaatsen en de vergunningencheck voor milieubelastende activiteiten (saneren, graven, toepassen en opslaan) heeft geen prioriteit. Er moet dus nog heel veel gebeuren de komende maanden. (Peter van Mullekom, 24 januari)

20200921 Peter van Mullekom Column

  • Het Rijk heeft er voor gekozen om voor de aanpak van bodemverontreiniging een andere koers te varen (o.a. beoordeling noodzaak sanering uitsluitend gericht op de risico’s voor de mens) en het beleid vergaand te decentraliseren, vooral voor grondwater. De contouren van dit nieuwe beleid waren met het publiceren van het Aanvullingsbesluit in 2019 al aardig bekend, en dan zou je denken dat dit overheden tijd genoeg gegeven heeft om eens goed na te denken over decentrale regels voor activiteiten in bodem en grondwater.

  • Een aantal gemeenten heeft serieus werk gemaakt van het Omgevingsplan omdat daar ook de eigen beleidsregels voor bodem en ondergrond in moeten landen. Helaas beperkt een groot aantal gemeenten zich tot wat minimaal verplicht is. Daarnaast zijn er veel gemeenten die bij het overzetten van bestaand beleid het uitgangspunt beleidsneutraal hanteren. Zelfs het Rijk heeft gemeend dit uitgangspunt te moeten hanteren, zoals ook bij de toelichting op het Aanvullingsbesluit (terwijl de overzetting van Wbb naar Ow helemaal niet beleidsneutraal is) en zeer recent nog bij de wijzigingen van de Regeling bodemkwaliteit.

  • Ik krijg altijd de kriebels bij het toepassen van het beginsel beleidsneutraal. Dit houdt voor mij in dat je als overheid óf vindt dat het beleid altijd goed is geweest, óf dat je als overheid er geen zin in hebt er over na te denken. In beide gevallen doe je onvoldoende aan zelfreflectie. Er is nog een derde optie en dat is dat je onvoldoende tijd hebt - of hebt gehad - maar dat argument gaat in dit geval niet op. Vanaf 2019 was het Rijksbeleid en de lokale beleidsruimte genoegzaam bekend.

  • Binnen het bodemwerkveld hebben we de neiging om bij elke beleidsvernieuwing de aanpak van bodemverontreiniging en het graven in verontreinigde grond complexer te maken. Dit uit zich vooral in het bedenken van allerlei regels, waaronder veel van administratieve aard. Daarmee wordt het voor initiatiefnemers ingewikkelder dan nodig is om bodemsaneringen of werkzaamheden in verontreinigde grond uit te voeren. Door het uitgangspunt beleidsneutraal te hanteren blijven, wellicht overbodige, regels in stand en wordt er een kans gemist om, in het licht van de maatschappelijke opgaven waarvoor we gesteld staan, de uitvoering van werkzaamheden eenvoudiger te maken. Veel bodemregels zijn administratief van aard, veroorzaken geen milieurisico als je ze niet opvolgt, zijn er uitsluitend voor de informatievoorziening van de overheid en werken soms onnodig belemmerend.

  • Ik doe een oproep aan de overheid om ook na 1 juli te blijven nadenken over vernieuwing van het bodembeleid en de uitvoering, zonder het milieubelang uit het oog te verliezen, eenvoudiger te maken. En laten we daar niet mee wachten tot de datum waarop je als gemeente verplicht bent een Omgevingsplan te hebben.

20220124 Column Peter

Peter van Mullekom (LinkedIn)

Voorzitter Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer

Reageren op deze column kan hier: LinkedIn