“Duinen en stranden en strelende handen, die niets willen weten van aardse zorgen” zongen Saskia & Serge ooit. Het zijn zinnen uit hun hit Zomer in Zeeland. Zou dat nog steeds opgaan? Veel Zeeuwen maken zich namelijk zorgen over het gebruik van staalslakken in grote oppervlaktewateren. Staatssecretaris Thierry Aartsen van Openbaar Vervoer en Milieu heeft geschreven dat uitgebreid onderzoek zou aantonen dat deze zorgen niet nodig zijn. Er zouden geen risico’s zijn voor gezondheid en milieu. Het gebruik in grote oppervlaktewateren mag van hem dan ook gewoon doorgaan. Zou de staatssecretaris gelijk hebben?  (Theo Edelman, 29 september)

Het gaat slecht met de kreeften in de Oosterschelde. Daarover bestaat geen enkel misverstand. In het najaar van 2023 en het voorjaar van 2024 trad een tot nu toe onverklaarde massale sterfte op. Ook werden veel verzwakte kreeften aangetroffen. Naast afwijkingen op het kopschild uitte zich dat in futloos en niet-agressief gedrag. Er is serieus onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken, maar die zijn nog niet gevonden. De oorzaak zou niet liggen in bacteriën, virussen, parasieten, gifstoffen of staalslakken.

Veel Zeeuwen vermoeden dat de teloorgang van de kreeftenpopulatie wel een gevolg is van het gebruik van staalslakken. Maar hoe bewijs je dat, dan wel het tegendeel?

Voor het gebruik van staalslakken op landlocaties drukte de staatssecretaris op de pauzeknop. Dat schreef hij afgelopen zomer in een Brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Alarmerende rapporten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Algemene Rekenkamer waren de directe aanleiding daarvoor. Deze instituten drongen aan op maatregelen.

Hiermee is tijdelijk een einde gekomen aan het gebruik van staalslakken op plaatsen waar een risico voor de gezondheid bestaat. Tijdens de pauze van een jaar vindt aanvullend onderzoek plaats naar de risico’s en verkent men mogelijke alternatieve toepassingen van staalslakken. De staatsecretaris heeft onder meer gevraagd de precieze oorzaak van de lage zuurgraad en de gezondheidseffecten vast te stellen. De oorzaak van de lage zuurgraad is met wat middelbare school scheikunde vast te stellen. Met de effecten voor gezondheid en milieu ligt dat anders.

De pauzeknop geldt niet voor gebruik van staalslakken in groot oppervlaktewater. Dat is pech voor de Zeeuwen. De staatsecretaris baseert zich daarvoor op ‘uitgebreid onderzoek’. Op basis daarvan “kan worden vastgesteld dat voor dergelijke toepassingen geen gezondheids- of milieurisico’s zijn aangetoond.”  Terecht een behoedzame formulering! De staatssecretaris neemt de maatschappelijke onrust in Zeeland blijkbaar voor lief. Het niet kunnen aantonen van risico’s is iets anders dan een onomstreden bewijs dat deze er niet zijn, inclusief een verklaring waardoor de kreeften dan wel in hun bestaan worden aangetast.

Daarom besloot ik eens goed in het onderzoek te duiken. Ik bestudeerde de rapporten waarop de staatsecretaris zijn besluit heeft gebaseerd: Rapport 1  (WUR, 2024), Rapport 2 (RIVM, 2024) en Rapport 3 (WUR, 2024).

Het eerste rapport geeft een goed overzicht van de bestaande kennis. Uitloging van onder andere vanadium is aangetoond. Door de buffercapaciteit van het zoute water en de verversingssnelheid zou geen sprake moeten zijn van nadelige effecten, is de veronderstelling. Het rapport gaat vooral over mosselen en in veel mindere mate over kreeften.

Over verversing gesproken: tijdens mijn studie leerde ik van wijlen professor De Haan ‘Dilution is no solution for pollution’. Later heb ik ervaren dat verdunnen in sommige gevallen behulpzaam kan zijn, bijvoorbeeld bij de afbraak van organische stoffen. Bij zware metalen is er geen sprake van afbraak. Daarbij zet ik vraagtekens bij een ‘algemene’ verdunning met vers zeewater. Ik denk dat die vlak boven de staalslakken en in de holtes daartussen wel eens bar kan tegenvallen. De verversing van het zeewater treedt dus mogelijk niet overal op. Trouwens, mogen we bij het beoordelen van een toepassingsmogelijkheid het effect van verdunning wel meerekenen? Zo dragen we immers bij aan een gestage, algemene verslechtering van de milieukwaliteit.

Het tweede rapport geeft aan dat de huidige normen onvoldoende rekening houden met de bijzondere eigenschappen van sommige soorten bouwstoffen. Ook worden bouwstoffen in dikkere lagen en grotere hoeveelheden gebruikt dan was bedacht. Hierdoor kunnen bouwstoffen bij de toetsing wel aan de normen voldoen, maar in de praktijk toch ongewenste milieueffecten veroorzaken. Het huidige normenkader kent slechts ten dele een wetenschappelijke onderbouwing. In dit rapport wordt uitgebreid ingegaan op staalslakken. Het gebruik daarvan in grote oppervlaktewateren zou verantwoord zijn, mits aan de normstelling wordt voldaan. In het rapport gaat het niet specifiek over kreeften.

Het huidige normstelsel is dus niet goed onderbouwd. Best een schokkende maar ook eerlijke mededeling, na een jarenlange aaneenrijging van televisieprogramma’s, rechtszaken en columns over rubbergranulaat, thermisch gereinigde grond en dus ook staalslakken. Acties om de onderbouwing te verbeteren zijn gelukkig ingezet.

In het derde rapport wordt een verklaring gezocht voor de sterfte en de slechte gezondheid van kreeften in de Oosterschelde. De oorzaak is helaas niet gevonden. Onderwerp van onderzoek waren bacteriën, virussen, vergiftiging met organische stoffen en staalslakken. Aanbevolen wordt om het onderzoek uit te breiden. Dat gaat ook gebeuren gedurende de komende vier jaar.

Bij het onderzoek zijn de gehalten aan maar liefst vijftig elementen in kreeften vastgesteld. Een mooie prestatie, maar er zijn nog veel meer elementen. Er wordt nu vooral gekeken naar eventueel verhoogde gehalten, maar wat als er juist gebreksverschijnselen zouden zijn? Voorbeelden daarvan bij planten in een omgeving met lage zuurgraad, zoals bij staalslakken, zijn bekend.

Kreeften eten wormen, die op de waterbodem leven. Gelukkig valt het gehalte aan pfas in de Oosterschelde in algemene zin mee. Maar wat als de kreeften in het water, net als de kippen op het land, door toedoen van de wormen toch te veel pfas binnen krijgen? Dat zou de teloorgang van de kreeften in een geheel ander perspectief plaatsen.

Op basis van deze drie prima rapporten zou ik niet durven beweren dat het gebruik van staalslakken in groot zout oppervlaktewater geen risico’s voor de gezondheid of het milieu oplevert. Dat die risico’s nog niet zijn aangetoond is van een andere orde. Slechts een van de drie rapporten gaat speciaal over kreeften, waarbij geen oorzaak voor de sterfte en de ziekte kon worden vastgesteld. De onderzoekers spreken ook van ‘een eerste verkennend onderzoek’. Het zal een kwestie worden van nog beter zoeken, totdat duidelijk is geworden ‘whodunit’.

De staatsecretaris schrijft over ‘uitgebreid onderzoek’ naar effecten van staalslakken in oppervlaktewater. In algemene zin onderschrijf ik de uitgebreidheid van het onderzoek. En ook dat er geen negatieve effecten zijn aangetoond. Dat betekent nog niet dat die er niet zijn, bijvoorbeeld in de specifieke situatie van kreeften. Denk daarbij aan hun unieke leefomgeving op en in de waterbodem en hun voedingspatroon. Terecht dat er nu vervolgonderzoek plaats vindt. 

Staalslakken in groot oppervlaktewater zijn wat mij betreft niet definitief van elke verdenking uitgesloten. Daarom ben ik er voorstander van ook hier op de pauzeknop te drukken. In de pauze zou het raadsel over de achteruitgang van de kreeften kunnen worden opgelost. Voorkomen van verdere achteruitgang is immers beter en doorgaans stukken goedkoper dan genezen. Wat fijn dat we een voorzorgsbeginsel hebben!

 

20240903 Column Theo

Theo Edelman

Website

Facebook

Twitter

Reageren op deze column kan hier: LinkedIn