Niet dat ik een échte liefhebber ben, het was eerder een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid dan professioneel realisme. Ik kocht mijn eieren bij de hobbyboer aan het einde van de straat. Geen bron in de buurt, hooguit wat PFAS vanuit de regen. Inmiddels geeft het RIVM aan dat de hobby-eieren overal in Nederland véél te veel PFAS bevatten. (Arne Alphenaar, 23 maart)

Wij kunnen, zoals ook de onderzoekers van het RIVM voor zichzelf besloten, stoppen met het eten van hobby-eieren. Maar wat betekent het voor de eieren die niet gegeten worden? Voor de merels en lijsters die, eenmaal uit die eieren gekropen, worden grootgebracht met een maaltje PFAS-houdende wormen?

Don’t blame de wormen, het is ónze schuld. Langzaam dringt het besef door dat we helemaal niets kunnen doen om de “onnatuurlijke achtergrondgehalten” overal uit de bodem te halen. Het is alleen de vraag wat we doen met dat besef.

Begin jaren ’80 werd bij ‘bodemkunde en plantenvoeding’ in Wageningen al gewezen op het gevaar van recalcitrante middelen. Rond diezelfde tijd werd ook gewezen op het feit dat nitraat en ammoniak uit mest een bedreiging vormden voor natuur en grondwater. De problemen raakten al snel buiten beeld. Bodemverontreiniging met teer (gasfabrieken), oplosmiddelen (wasserijen) en olie (benzinestations) (b)leken ongezonder voor mensen. En vooral, konden technisch worden aangepakt. Met de Wbb in de hand konden de kosten verhaald worden op de boosdoeners. Natuurlijk zijn er glazen halfleeg gebleven, maar al met al is de bodemsaneringsoperatie succesvol verlopen. Nu alle oude bronnen zijn opgeruimd komt de bodem in een heel nieuwe fase. Begrip van “Bron – Pad – Object” blijft de basis maar het biedt beperkte aanknopingspunten om iets te doen, laat staan om iets te (ver)halen.

Er is niemand die je de PFAS in de wormen in mijn straat kan verwijten. De boosdoener is, om een jaren ’80 spreuk te parafraseren, “de maatschappij, dat zijn wij”. Het heeft direct consequenties voor ‘de vervuiler betaalt’ als hoeksteen van het milieubeleid. De aan PFAS-verontreiniging uit het verleden gerelateerde kosten zijn dus kosten die we als maatschappij moeten betalen. Laten we dus, te beginnen als bodemprofessionals, als maatschappij gaan werken aan een zo verantwoord mogelijke benadering. Een benadering of aanpak die niet beïnvloed wordt door de vraag of de kosten verhaald kunnen worden op een andere partij.

Het gebruik van chemicaliën voor ons eigen gemak schaadt niet alleen onszelf maar ook de wormen, merels en kippen in onze omgeving. We moeten bestuurders en beleidsmakers, tot het tegendeel over vele decennia wellicht bewezen wordt, overtuigen van het feit dat diffuse PFAS-verontreiniging niet kan worden aangepakt. En dus dat voorkomen veel beter (en goedkoper) is dan genezen. Des te verbazingwekkender is het dat de achtergrondgehalten van PFAS nog steeds worden opgehoogd met bestrijdingsmiddelen. Laten we voorkomen dat de aanpak van diffuse verontreiniging weer ondersneeuwt.

 

20251020 ColumnArne

Arne Alphenaar (TTE Consultants)
Website
LinkedIn
Reageren op deze column kan hier:  LinkedIn