Nederland stevent af op een tekort aan drinkwater. Gerenommeerde instanties zijn het daarover eens. Als we nu niets doen, merken we dat mogelijk al over enkele jaren. Hoe hebben we dat voor elkaar gekregen? En belangrijker: valt er nog iets aan te doen? (Theo Edelman, 30 maart)

Ik legde mijn oor te luisteren op de studiedag ‘Droge tijden, natte tijden’ van Eurecom, die vorige week plaatsvond in Utrecht. Het accent lag op droogte, terwijl de maartse buien tegen de ramen kletterden. Is Nederland voorbereid op droogte? Of dreigt een scenario zoals we dat nu bij de benzinepompen zien?

“Er is genoeg water, en genoeg ruimte om dat ondergronds te bergen,” stelde een vooraanstaand geohydroloog. Wat is dan eigenlijk het probleem? Zijn antwoord was helder: watertekorten zijn vooral het gevolg van ons eigen gedrag.

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzocht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu tweemaal of we de komende jaren voldoende drinkwater hebben. De conclusie is duidelijk, maar ongemakkelijk: richting 2030 is er zo’n 100 miljoen kubieke meter extra drinkwater nodig. Ook richting 2050 schieten de huidige bronnen tekort. Reserves zijn er nauwelijks.

Hoe komt dat? De vraag naar drinkwater stijgt door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling. Tegelijkertijd zorgen klimaatverandering en langere droge periodes voor extra behoefte aan water. En het aanbod neemt af door verslechterende waterkwaliteit. Het recept van het instituut is even logisch als urgent: ga zuiniger om met water, houd het langer vast, bescherm bronnen beter en ontwikkel nieuwe winlocaties. Inderdaad: gedrag speelt een sleutelrol.

De waarschuwingen bleven niet zonder gevolg. Rijkswaterstaat, provincies en waterleidingbedrijven sloegen de handen ineen en presenteerden het Actieprogramma beschikbaarheid drinkwater 2023–2030. De oproep daarin is duidelijk: geef drinkwater een steviger plek in beleid, versnel procedures voor winningen, krijg beter zicht op grondwateronttrekkingen en benut oppervlaktewater als aanvullende bron.

De Inspectie Leefomgeving en Transport bevestigt dat zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van ons drinkwater onder druk staan. Zij pleit voor snelle uitvoering van het actieprogramma en vraagt extra inzet van waterbedrijven en provincies. Tijdens de studiedag kwamen onder meer de Waterleidingmaatschappij Limburg en de provincie Noord-Brabant aan het woord. Hun inzet verraste me, in positieve zin.

De Algemene Rekenkamer gaf bovendien een krachtig signaal: water en bodem moeten leidend zijn in ruimtelijke keuzes. Niet als sluitpost, maar als vertrekpunt. Daarbij moet het Rijk nadrukkelijker regie nemen.
Gelukkig kreeg dit onderwerp aandacht in het recente coalitieakkoord. De ambitie is helder: schoon drinkwater moet beschikbaar zijn en blijven, onder andere door uitvoering van het actieprogramma. Daarnaast wordt ‘water en bodem sturend’ als richtinggevend principe benoemd in de Nota Ruimte. Daarover een volgende keer meer.

De rode draad tijdens de studiedag was het vasthouden van water. Er valt genoeg, meer zelfs dan ooit, dus waarom voeren we het zo snel af naar zee? Met de juiste maatregelen is er zelfs toekomst voor ons hoogveen. Water vasthouden kan op veel manieren: kronkelende waterlopen, stuwen in sloten, bovengrondse en ondergrondse opslag, of bijvoorbeeld het mengen van klei door zand. In het boek Nederland Droogteland van René Didde staan tal van praktische voorbeelden. 
Ik moest even denken aan Volumia! :

Vraag me niets,
zeg me niets.
Sla je armen om me heen,
praat niet met me,
hou me stevig vast.

De uitdaging zit wat mij betreft niet zozeer in nóg meer beleid, maar in doen wat werkt: water vasthouden. En vooral: samenwerken. Er is geen ruimte voor grote ego’s, wel voor mensen die verbinden en vooruitdenken. Ook dat klonk duidelijk door tijdens de studiedag.

Gedeputeerde Arne Weverling stelde onlangs dat elke gemeente een eigen waterwethouder zou moeten hebben. Een interessante gedachte. Gemeenten staan dicht bij inwoners en hebben invloed op bijvoorbeeld nieuwbouw en wateropvang. Ze kunnen een belangrijke rol spelen in bewustwording en gedragsverandering, al blijven de meningen over gebruik van ‘grijs’ water verdeeld.
De conclusie? Met vereende krachten kunnen Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven een tekort voorkomen. Misschien wel onder aansturing van een waterwethouder.
Ik ben benieuwd of die oproep navolging krijgt. Als er ergens een waterwethouder komt, drinken we daar een glaasje op. Met helder water, van een goed jaar, en gewoon uit de kraan.

20260302 ColumTheo AI

Afbeelding: Brabant Water

De Droogteagenda Brabant is een plan om de grondwatervoorraad in Noord-Brabant veilig te stellen. Het richt zich op minder grondwateronttrekking en het vasthouden van water. Provincie, gemeenten, waterschappen, Brabant Water en ZLTO werken hierbij samen.

Theo Edelman

Website

Facebook

Twitter

Reageren op deze column kan hier: LinkedIn