Op 3 juli 1986 werd de definitieve Wet bodembescherming aangenomen, om op 1 januari 1987 in werking te treden. De totstandkoming van de wet had nogal wat voeten in de aarde. Een eerste initiatiefwet om bodemverontreiniging te voorkomen werd al 15 jaar eerder ingediend door toenmalig minister Louis Stuyt, de eerste minister met “milieu” in de portefeuille. Het Voorontwerp Wet inzake de Bodemverontreiniging (1971) volgde op de Wet verontreiniging Oppervlaktewateren (1969) en de Wet inzake Luchtverontreiniging (1970). De politiek had in Nederland al aandacht voor de verschillende milieucompartimenten voordat de Club van Rome het scenario presenteerde dat er Grenzen waren aan Groei (1972). En waar de bescherming van water en lucht in wetten was vastgelegd, duurde dat voor de bodem nog 15 jaar. (Bert Baan, 21 april)

De reden daarvoor? In de jaren ’70 volgde een politiek getouwtrek, waarbij verschillende ministeries hun hakken in het zand zetten tegen een overkoepelende bodemregelgeving. Onder anderen de ministeries van Landbouw en Visserij en Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting weigerden hun eigen bevoegdheden inzake de bodem af te staan. Zoals zo vaak is eerst een ramp nodig, voordat men tot inzicht komt. In 1979 voltrok die “ramp” zich in Lekkerkerk, waar in een nieuwe woonwijk een waterleiding knapte doordat die was aangetast door oplosmiddelen. Een hele woonwijk bleek gebouwd op een stortplaats vol vaten met chemisch afval. Het hek was van de dam: er werd met spoed een Interimwet Bodemsanering opgetuigd en er kwam een lijst van de ‘vervuilde erfenis’ met tientallen verontreinigde locaties. Waar in eerste instantie de bodemregelgeving gericht was op normstelling en saneringstechnieken, kwam bij de inwerkingtreding van de Wet bodembescherming (1987) meer aandacht voor het behoud van de verschillende functies van de bodem.

En nu zijn we ongeveer 40 jaar verder. Het getal 40 staat in verschillende religies, cultuur en in de psychologie symbool voor een periode van zuivering, zelfreflectie of overgang. In de medische wereld kennen we het woord quarantaine, afgeleid van het Italiaanse ‘quaranta giorni’, dat 40 dagen betekent. Tijdens de pestepidemie in de 14e eeuw moesten schepen 40 dagen in de haven blijven liggen, voordat de bemanning aan wal mocht, om te voorkomen dat men een ziekte overbracht. Wat heeft deze 40 jaar aandacht voor behoud van bodemfuncties ons gebracht?

In 40 jaar bodembescherming zijn normen bedacht, aangescherpt of verzwakt, zijn saneringstechnieken ontwikkeld en hebben we bodems gesaneerd. De regelgeving is keer op keer aangepast en bijgeschaafd: analysepakketten werden gewijzigd en er kwamen onderzoeksprotocollen, saneringsdoelen wijzigden van multifunctioneel naar functiegericht en er kwam een besluit voor eenvoudige saneringen. De afgelopen 40 jaar is de regelgeving verfijnd en beproefd en inmiddels ondergebracht in de Omgevingswet. Daarmee zijn de regels voor de verschillende milieucompartimenten geïntegreerd in één wet.

Maar de bodem is nog lang niet schoon en de functies van onze bodem staan meer onder druk dan ooit tevoren. Eind jaren ’90 werd nog verwacht dat we zo rond 2015 wel klaar zouden zijn met bodemsanering. Niets blijkt minder waar. Alle inspanningen ten spijt is de saneringsopgave waarschijnlijk nog groter dan in 1980 met de eerste lijst van de vervuilde erfenis. PFAS, gewasbeschermingsmiddelen en andere zeer zorgwekkende stoffen nemen nu het overgrote deel van de arbeidstijd van de bodemdeskundigen in beslag. Bij het opstellen van normen, analyselijsten en onderzoeksprotocollen voor al deze “nieuwe stoffen” is het zoeken naar balans tussen bodem- en (oppervlakte)waterkwaliteit, tussen natuurbeheer en landbouw, tussen gebiedsontwikkelaar en beleidsmaker en tussen centrale en decentrale overheid. Wie steekt het hoofd boven het maaiveld en wie durft te volgen? Of gaan de spreekwoordelijke hakken weer in het zand? Ik mag hopen dat we geleerd hebben van 40 jaar ontwikkeling en bezinning, dat er niet opnieuw een ramp nodig is voordat verschillende partijen naar elkaar luisteren. Er zit enorm veel kennis en ervaring bij de bodemdeskundigen, maar ook bij de waterdeskundigen en in de sectoren zoals de landbouw of natuurbeheer. Samenwerken loont beter dan alleen naar de eigen beroepswijsheid te luisteren. Oftewel: je kunt alleen samen muziek maken als je niet de eigen wijs speelt.

20260421 ColumnBert lekkerkerk
Bert Baan (LinkedIn)

TTE Consultants (Website)

Reageren op deze column kan hier: LinkedIn