De verhoren van de Parlementaire enquêtecommissie over het gevoerde coronabeleid zijn begonnen. Er zijn veel vragen. Waren we er wel goed op voorbereid? Waren de lockdowns wel effectief? Hoezo konden de Carnavalsfeesten gewoon doorgaan terwijl de eerste besmettingshaarden Nederland al hadden bereikt, met alle ellende die erna volgde? En waarom bleef het RIVM beweren dat mondkapjes weinig effectief waren? Speelde het gebrek eraan hierbij een doorslaggevende rol? Ongetwijfeld zal duidelijk worden dat er het nodige is fout gegaan en dat het Rijk de situatie ernstig heeft onderschat.
Maar het valt niet mee beleid te maken als je veel niet weet over hoe het virus zich gedraagt, de besmettingsroutes en de mortaliteit. Dat heb ik tijdens mijn werk zo’n 15 jaar geleden ook ervaren, toen Chemours werd afgesplitst van Dupont en beide bedrijven een nieuwe milieuvergunning moesten aanvragen bij de DCMR, toen mijn werkgever. (Anton Roeloffzen, 1 juni)

Wat wisten we toen van PFAS? Bijna niets! We wisten dat het ging op een grote groep polyfluorverbindingen, die zich snel met het grondwater door de bodem verspreidde, niet afbreekbaar zijn in de natuur en zich goed binden aan eiwitten. En dat dan vooral door de inmiddels ontstane problemen op vliegveld Schiphol, waar jarenlang PFOS-houdend blusschuim was benut voor het blussen van branden en de de-icing van vliegtuigen en startbanen. Maar hoe zat dat dan met PFOA en GenX, hulpstoffen die op grote schaal zijn gebruikt door Chemours voor de productie van teflon? En welke hulpstoffen hadden ze nog meer gebruikt? Geen idee!

Er waren ook geen normen voor bodem, water en voedsel. Omdat het stoffen zijn, die door de mens zijn gemaakt en van nature niet voorkomen, dachten we dat ze niet in “schone” grond en water voorkwamen. Hoe naïef. We wisten wel dat de zeer ruime lozingsvergunningen van Rijkswaterstaat (in de rivier) en de Provincie (in bodem en lucht) in de voorgaande jaren vergaand waren overschreden door het bedrijf. En onder het bedrijfsterrein zit een flinke bel met PFOA verontreinigd grondwater. Toen we een luchtfoto bekeken van het bedrijfsterrein, konden we geen vloeistofdichte vloer vinden. Dat deed het ergste vrezen. Wat wisten we allemaal niet?!

Met de Milieudienst Zuid-Holland-zuid zijn we in een gezamenlijke werkgroep beleid gaan ontwikkelen, zo goed en kwaad als het ging. Het bedrijf wist zelf ook niet welke hulpstoffen ze allemaal gebruikten en moesten dat gaan uitzoeken. En zelf gingen we onderzoeken hoe groot de verontreinigingspluim met PFOA en GenX in noordoostelijke richting ging. Immers de onrust onder de bewoners van Dordrecht, Papendrecht en Sliedrecht was inmiddels groot. Direct aan de overzijde van de rivier tegenover de fabriek van Chemours was een nieuwe woonwijk in aanleg en tijdens het hierbij verplichte bodemonderzoek werd overal in het plangebied PFAS aangetroffen. Hoe erg was dat? We hadden immers je geen bodemnormen?

Ook op de volkstuinen in Papendrecht en in de Alblasserwaard werd overal PFAS in bodem en grondwater gemeten, vooral PFOA, waarbij het verkrijgen van voldoende geld voor dit onderzoek een uitdaging was. Vragen over de mate van verontreiniging van groente uit deze volkstuintjes en de melkproducten uit de Alblasserwaard konden we toen niet beantwoorden. Dreigde hier een nieuw affaire á la de dioxines in polder De Lickebaert bij Vlaardingen? Geen idee! Bovendien bleek er in de Alblasserwaard ook nog een hot-spot aanwezig te zijn van een ander bedrijf, dat met PFAS werkt. En de PFA-pluim bleek uiteindelijk door te lopen tot bij Vianen onder Utrecht.

Inmiddels werd steeds meer duidelijk dat de PFAS-problemen zich niet tot Schiphol en Dordrecht beperkte. PFAS kent veel toepassingen vanwege zijn ideale eigenschappen: thermisch stabiel, vuil- en waterafstotend, een goed smeer- en schoonmaakmiddel. En dus wordt het niet alleen in blusschuim gebruikt maar in allerlei producten: van textiel tot carterolie tot bestrijdingsmiddelen en zelfs in cosmetica. Het bleek inmiddels overal in het milieu aanwezig: diffuus in bodem, grond- en oppervlaktewater, op bedrijfsterreinen en stortplaatsen, in de lucht en in regenwater, en zelfs in zeeschuim. Het duurde echter nog meerdere jaren voordat ook andere provincies en de rijksdiensten de noodzaak van landelijk beleid inzagen. En voordat er geld beschikbaar kwam voor onderzoek naar de verspreiding in het milieu en ons voedsel. De inmiddels opgerichte Expertisecentrum PFAS, gestart door de ingenieursbureaus TTE, Arcadis en Witteveen en Bos in Deventer heeft hierbij mede een aanjagende rol gespeeld.

Ook bij de ontwikkeling van PFAS-beleid zijn de nodige fouten gemaakt, ongetwijfeld ook door de ook de milieudiensten, die hier als eerste mee te maken kregen: Zuid-Kennemerland, Zuid-Holland-zuid en de DCMR. Zo had ik enkele jaren eerder na veel aarzeling toestemming gegeven door een brandende oververitte windmolen vervuilde spruiten op een landbouwperceel onder te ploegen; De samenstelling van de carterolie in de tandkast kon niet worden achterhaald en dat hierin waarschijnlijk PFAS zou zitten kwam toen niet in mij op.

Maar inmiddels is veel onderzoek gedaan en kennis ontwikkeld, is er een normenkader en hebben we zicht op aanwezige puntbronnen en de diffuse achtergrondverontreiniging in bodem en water. Alleen het vergaand verbod op het gebruik van PFAS in geheel Europa wil nog maar niet vlotten. En goede saneringstechnieken voor de hot-spots zijn nog nauwelijks voorhanden. Er is dus nog veel werk te doen.

Laten we hopen dat de Enquêtecommissie een goede evaluatie doet, maar wel rekening houdt met het kennisgebrek van toen. Want ook over het Coronavirus weten we nu veel meer en dat dit is gemuteerd naar een veel onschuldiger vorm. Zoals overigens toen voorspeld door de virologen van het Outbreak Management Team. Zodat toekomstige virus- en bacterie uitbraken wel met goed beleid kunnen worden bestreden.

20251202 ColumnAnton waterlozing3

Anton Roeloffzen

Reageren op deze column kan hier:  LinkedIn