Het oorspronkelijke idee was om deze column de titel ‘De enige crisis in Nederland is de bureaucratische crisis’ te geven. Maar dan was er een niet geringe kans geweest dat u deze tekst als populistisch had geframed en zou hebben overgeslagen. Toch is er wel wat voor te zeggen dat aan al die crises die onze politici voortdurend opsommen (woningbouw, stikstof, energietransitie, asiel) feitelijk een bureaucratische crisis ten grondslag ligt. (Tom Lenting, 13 juli)

Iedereen die met overheidsinstanties moet werken en communiceren ervaart dat de regels en wetten alleen maar toenemen, ondanks dat elk nieuw kabinet vertelt dat de regeldruk moet verminderen. Desalniettemin wordt de opvatting dat de regeldruk minder moet over het algemeen wel breed gedragen, niet alleen vanuit populistische hoek. We zitten nu in een vicieuze crisiscirkel, waarbij de ene crisis de andere crisis voortdurend aanjaagt. De stikstofcrisis belemmert de energietransitie en woningbouw; de energietransitie-crisis vergroot de stikstofcrisis, en de woningbouwcrisis verergert de asielcrisis.
D66, de grootste regeringspartij van dit moment, schreef in haar verkiezingsprogramma 2025-2030 dan ook: D66 maakt een einde aan verstikkende regeldruk. Regels die goed werken en publieke waarden beschermen, houden we. Regels die hoge lasten met zich meebrengen en niet goed werken, schaffen we af.
Ook in het regeerakkoord 2026-2030 van het eerste kabinet-Jetten komt het woord ‘regeldruk’ 14x voor, in de meeste gevallen in het kader van de vermindering ervan. In de paragraaf Regeldruk wordt onder meer vermeld: Jaarlijks schrappen of vereenvoudigen we minimaal 500 regels. (…) We laten alle wet- en regelgeving doorlichten en schrappen regels die hoge lasten met zich meebrengen en/of niet goed werken.
In dezelfde paragraaf ‘Regeldruk’ belooft het kabinet-Jetten ook ingewikkelde regels voor burgers en bedrijven simpeler maken. Daartoe zal het kabinet jaarlijks een Vereenvoudigingswet naar de Kamer sturen met concrete voorstellen. De eerste Vereenvoudigingswet zal begin 2027 van kracht worden.
Opmerkelijk is dus dat er een zelfs een ‘jaarlijkse’ (Vereenvoudigings)wet nodig wordt geacht om de regeldruk te minderen. Het introduceren van een nieuwe wet klinkt immers alsof er alleen maar weer meer wetten en regels bijkomen in plaats van dat onnodige (complexe) regelgeving wordt afgeschaft.
Er is vanuit de overheid zelfs een Regeldrukmonitor, waarin staat welke wetgeving wordt versoepeld en geschrapt en wanneer dit ingaat. In deze monitor is onder meer terug te vinden dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bezig is met de aanpassing op het gebied van bodem, in het kader van Bal – graven onder of gelijk aan de interventiewaarde, om ‘een dubbele informatieplicht te voorkomen’. Deze wijziging moet ‘voorjaar 2026’ in werking zijn getreden.
De gemiddelde Nederlander lijkt met een soort gelatenheid al de regelgeving over zich heen te laten komen, en ook braaf te volgen. Terwijl je het best vreemd kan vinden dat we bepaalde zaken als normaal beschouwen. We zijn het normaal gaan vinden dat er een dubbele informatieplicht kan voorkomen. We zijn het normaal gaan vinden dat bedrijven die cruciale werkzaamheden uitrichten in het belang van de energietransitie géén soepelere regelgeving ervaren voor stikstof, waardoor deze werkzaamheden veelal vertraging oplopen en de stikstofproblematiek niet snel afneemt.
We zijn het normaal gaan vinden dat het vergunningsproces voor onmisbare nieuwe infrastructurele kernpunten als hoogspanningsstations of waterzuiveringsinstallaties langer duurt dan de aanleg ervan. We zijn het normaal gaan vinden dat verscheidende omgevingsdiensten bodemonderzoeksplicht opleggen bij aanleg van cruciale infrastructuur (met aansluitplicht), en daarmee op kosten van een nutsbedrijf de bodemkwaliteit in beeld laten brengen. We zijn het normaal gaan vinden dat werkzaamheden direct langs een snelweg ook moeten voldoen aan de stikstofregels voor een Natura2000-gebied 25 kilometer verder op.
Nederland is vastgelopen in de bureaucratie, en de oplossing wordt vaak gezocht in méér bureaucratie in plaats van in het schrappen van overbodige regelgeving. De procedures zijn belangrijker dan het resultaat. Maar daarmee vertel ik niets nieuws. De nutsbedrijven en uitvoerders mogen echter best wel eens harder op hun strepen gaan staan, en in plaats van het traditionele polderoverleg meer roepen dat het zo echt niet langer gaat.
Gezamenlijke kernwaardes en -wetten zijn onmisbaar, maar als een overvloed aan wetgeving vervluchtigt tot een wettelijk moeras, ontstaat er stagnatie. Op dit punt zijn we nu aanbeland. Er moeten gedurfde keuzes worden gemaakt tot het schrappen van regelgeving – en niet voor nieuwe regelgeving die voorgaande moet vereenvoudigen.

Tom Lenting
Reageren op deze column kan hier: LinkedIn


