Deze zomer stond ik in een bos hier in de buurt op een gortdroog festival. Bloedheet, mulle bosgrond, flesjes water, plastic bekertjes. Ik kende het woord modder nog, maar kon me er weinig meer bij voorstellen. Overal kleurden witte sneakers langzaam bruin: waarom zou ik hier nog langer op schoenen blijven lopen? Ik propte mijn schoenen in het kluisje en liep terug naar het podium.(Daan Henkens, 14 september)

Dansend met mijn voeten in de bosbodem moest ik denken aan de Britse filosoof Alan Watts, die met één treffende metafoor de vloer aanveegt met onze menselijke hang naar Het Doel, de bestemming of het antwoord. Waar velen het leven als een reis zien, een lange weg naar een bestemming die, eenmaal bereikt, alle inspanning waard zou zijn, ziet hij het leven als een dans. Zonder doel, zonder eindpunt. The whole point of the dancing is the dance! Wat ik hier in dit bos doe dient geen enkel doel, dit is niets minder dan het leven zelf.
De dinsdag erop, terug op kantoor. Het zand van mijn voeten gewassen, schone sokken, maar de spierpijn van het dansen nog een beetje in de beentjes. Ik lees beleidsprogramma’s vol strategische doelen, tactische doelen met zichtjaren en lijsten van concrete maatregelen die het halen van deze doelen mogelijk moeten maken. In 2030, 2033, 2050. Dit beleidsprogramma zelf was ongetwijfeld ooit ook zo’n maatregel in een voorgaand beleidsprogramma. Misschien was het maken van zo’n programma zelfs een doel.
Dit soort beleidsprogramma’s maken we graag, in alle lagen van de overheid. Dat wat we eigenlijk anders zouden willen zetten we weg in de tijd, een zo concreet mogelijke actie in een jaar dat komen gaat. Met het vaststellen van het programma is het uit ons hoofd. Van onze actielijst op die van degene die belast is met de besluitvorming. We kunnen weer door met het beantwoorden van onze mail, of het volgende beleidsdoel. Sommige doelen worden ingehaald door de tijd of vergeten, andere doelen worden gehaald. Maar in de ruim 10 jaar die ik aan dergelijke programma’s heb gewerkt zijn er weinig doelstellingen geweest waarvan het uitvoeren mij echt het gevoel gaf dat er iets was bereikt. Dat er een tijd was voor, en een tijd na het halen van deze doelstelling. Altijd modderde de tijd door, kwamen er nieuwe doelen bij en sleet de glans van de oude doelen af. In het licht van de vragen van vandaag, geeft het antwoord op de vragen van gisteren amper voldoening.
Een beetje idealist of ‘resultaatgerichte doener’ zou er moedeloos van worden. ‘Als ik nou eens nóg wat harder zou werken om sneller tot uitvoering te kunnen komen, mijn doelen te halen, misschien komt dat gevoel van voldoening dan toch...?’ Zou het echt…?
Het antwoord dat ik wil voorstellen is niet meer werken, maar meer dansen. Met de voetjes in de bosgrond. Het zijn niet de doelen en de antwoorden die het leven de moeite waard maken, maar de vragen en de zoektocht. Het leven wacht niet op onze antwoorden, de vraag die we vorig jaar zo kernachtig formuleerden in ons plan van aanpak is vandaag alweer zo vaak van vorm veranderd dat hij geen houvast meer biedt. De wereld draait door, en wij moeten mee. Als we weten wat we belangrijk vinden en een richting bepalen, dan kunnen we die krampachtige doelen en jaartallen laten varen. Allemaal.
Watts besluit zijn verhaal met: “we thought of life by analogy with a journey, which had a serious purpose at the end (…) but we missed the point the whole way along. It was a musical thing, and you were supposed to sing or to dance while the music was being played.”
Er is geen doel. Het hele idee van dansen, is de dans. Ook in het maken van beleid.
Daan Henkens
Reageren op deze column kan hier: LinkedIn


